|
Vanuit Peking via Binnen-Mongolië naar het land van Djengis Khan, met eindeloze besneeuwde vlakten en zacht glooiende heuvels waar families met hun paarden rondttrekken en in tenten leven. Terug in China langs de oude grotsculpturen van Datong, het terracotta leger bij Xi'an en de reuzenpanda's van Chengdu. Tot slot een boottocht over de Yangtze rivier, door de prachtige valleien die door de Drie Klovendam onder water verdwijnen.
Reisverslag en foto's: Wieneke Sijtsma
In de wachtruimte op het vliegveld zitten we tussen alleen maar Chinezen. De reis naar China begint hier; het is een drukte van jewelste, er vliegen proppen papier in de rondte en we horen de eerste Chinees rochelen. Als we mogen instappen, vliegen alle Chinezen zo snel als ze kunnen naar de ingang, het is dringen geblazen en voor je het weet is je stoel ingepikt door een Chinees.
|
Op het vliegveld van Peking staat een schoonmaakploeg klaar met stofzuigers en poetslappen. Ons een weg banend tussen de illegale taxichauffeurs stappen we in een legale taxi. Hij rijdt weg voordat we hebben gezegd waar we heen willen.
Peking straalt een rustige sfeer uit, de straten zijn schoon en er hangen rode lampions. Het land bevindt zich in een snelle omwenteling, als je na een paar maanden in Peking terugkeert, lijkt er wel een nieuw decor neergezet. Hele straten zijn in de tussentijd afgebroken, torenflats gebouwd, fabrieken geopend, wegen op palen omgelegd. Peking maakt zich klaar voor de Olympische Spelen van 2008.
We verblijven in een hostel in een Hutong, een in rap tempo verdwijnende oude typisch Chinese volkswijk. Deze Hutongs worden gekenmerkt door kleine hofjes, smalle straten en de bij ons in Nederland bekende Chinese daken.
|
Hier speelt een groot deel van het leven zich buiten af op de kleine binnenplaatsen of in de stegen zelf. Opa's en oma's die met kinderwagens van bamboe de kleinkinderen uitlaten. Oude mannen die kaarten of mahjong spelen. Iedereen kent iedereen. De namen van de hutong vertellen een eigen verhaal, sommige duiden een beroep aan, zoals de straat van fietsenmakers.
Er zijn kleine werkplaatsen van fietsreparateurs, winkels van barbiers en kleine eet- en theehuisjes voor lokale klandizie. De hutongs ogen rommelig. Het ruikt er antiek en vaak stinkt het er, want om de zoveel meter zijn openbare toiletten. Er wordt koopwaar aangeboden en menige Chinees is boven z'n handel in slaap gevallen.
We gaan bij 'de Chinees' eten, maar ze hebben de Engelse taal nog niet onder de knie. Gelukkig verstaan ze de woorden 'rice' en 'noodles' wel.
|
Na een paar dagen rijst en bami gegeten te hebben, gaan we met onze taalgids op stap als we willen eten. Op straat verkopen ze gebakken vleermuizen, maar dat laten we maar aan de Chinezen over, net als de markt waar ze gevogelte en vleeswaar aanbieden.
Gebakken hond is een luxegerecht en dus zijn we niet zo bang dat we hond voorgeschoteld krijgen. Sterker nog, we zien veel Chinezen zelfs kleine schoothondjes uitlaten. Wat eten betreft is de grote mode BBQ-en in restaurants.
We gaan op zoek naar de echte Pekingeend, die natuurlijk alleen in Peking te verkrijgen is.
|
We huren een fiets en merken dat je flink moet doortrappen als je de Chinezen wilt bijhouden. Het verkeer is druk en op de weg krioelen fietser, fietstaxi's, taxi's enz. Op de fiets voel je je onderdeel van het grote Peking.
We wandelen langs professionele vliegeraars met hun 'Speelgoed van de Wind' over het Plein van de Hemelse Vrede met het portret van Mao, vlakbij de Verboden stad. We slenteren bijna een hele dag in de Verboden Stad en bewonderen de grote zalen en enorme pleinen. Hier woonden en regeerden vroeger de keizers van China.
De Grote Muur mogen we niet missen, al ligt hij buiten de stad. Bovenop realiseer je je pas hoeveel bloed, zweet en tranen de bouw heeft gekost. Ook een wandeling over de steile delen van de Muur kost heel wat zweetdruppels. Het uitzicht vanaf de wachttorens maakt heel wat goed. Zover als je kunt kijken zie je de Muur slingeren door het ruige landschap. We bestijgen de Chinese muur met een kabelbaan en keren terug via een bobsleebaan.
|
Vroeg in de ochtend bezoeken we de Tempel van de Hemelse Vrede waar de Chinezen hun dagelijkse ritmische gymnastiek beoefenen, zingen en hun traditionele opera oefenen.
De Chinese opera die we bezoeken, werkt ons 3 uur nogal op de zenuwen.
Na een week besluiten wij niet de geijkte route Peking-Ulaanbaatar per Transsiberië-Express af te leggen, maar eerst naar de hoofdstad van Binnen-Mongolië, Hohhot te reizen.
Nog geen 15% van de bevolking van Binnen-Mongolië bestaat uit echte Mongolen, de rest zijn Chinezen. Binnen-Mongolië hoorde vroeger bij Mongolië en is later bij China gaan behoren.
|
Waren de Mongolen in 1949 blij 'bevrijd' te worden door communistische Han-Chinezen? Wilden ze niet liever een onafhankelijke staat? Of deel uitmaken van Buiten-Mongolië? Geen wonder dat de voertaal Chinees is geworden; de Mongolen zijn een minderheid geworden in hun eigen land.
Na de Ming-dynastie, die eindigde in 1644, hadden de Mongolen een zwaar leven. Daardoor zijn ze bijna uitgestorven. Na de bevrijding in 1949 kwamen de Han-Chinezen, die probeerden hen te helpen ontwikkelen. Toen kwam de Culturele Revolutie en werd geen Mongoolse les meer gegeven, daarom spreken veel Mongolen geen Mongools.
Ook werden veel Mongolen vermoord, zij hebben zeer geleden in die jaren. Nu probeert de regering van China opnieuw om de Mongolen te helpen ontwikkelen. Er bestaat verplichte geboortebeperking voor de Han-Chinezen, maar niet voor de Mongolen.
|
De 10 uur durende treinreis naar Hohhot is een belevenis. Tijdens het communisme kende men geen klassenonderscheid en gebruikten ze eufemismen als 'hard seats', 'hard sleeper' of 'soft sleeper' voor de verschillende klassen in de trein. Het gedeelte met de 'hard seats' waar wij plaatsnemen is overvol.
Alle Chinezen staren ons aan, niet enkele minuten maar heel lang. Ze gapen je ongegeneerd aan en stoten hun vrienden aan. We komen erachter dat Chinezen zeer nieuwsgierig zijn. Als je een boek leest, pakken ze het uit je handen zonder te vragen, kijken en geven het weer terug. Als je tas openstaat kijken ze gerust even wat er in zit.
Op de tussenstations komen grote groepen boeren gekleed in voormalige legeruniformen de trein binnen met grote zakken. Sommige Chinezen roken waar een bord 'niet roken' hangt. Op de grond liggen duizenden rochels. Terwijl het treinpersoneel de trein om de zoveel uur goed schoonhoudt, laten de Chinezen alles op de grond vallen en maken er een grote bende van. Het nette Chinese meisje uit Peking dat naast ons zit en Engels spreekt, zegt ons zich ervoor te schamen.
Een blauwe wolf en een prachtig hert kregen twee mensenkinderen, zo gaat de legende. Dat waren de eerst Mongolen op aarde en na een aantal generaties werd Djengis Khan geboren, waarschijnlijk in het jaar 162.
|
Hij verenigde de stammen en veroverde met zijn leger van vele honderdduizenden krijgers de wereld. Eerst trokken ze naar het zuiden, de Grote Muur hield hen niet tegen en zegevierend galoppeerden ze de Chinese hoofdstad binnen. Zestigduizend Chinese vrouwen stortten zich van de stadmuren om niet in de handen te vallen van deze woeste veroveraars.
En westwaarts trok Djengis, hij wist Afghanistan en Perzië te onderwerpen. Zijn zoon Ogodei volgde hem op en bouwde verder aan de droom van zijn vader. In 1240, midden in de winter, veroverde hij Kiev bij een temperatuur van twintig graden onder nul. Zo kregen de Mongoolse krijgers de halve toen bekende wereld in handen. Hun rijk strekte zich uit van Birma tot aan de Donau in Europa.
Zij waren de beste ruiters die ooit hebben bestaan. In volle galop konden ze van paard wisselen of zich omdraaien en met pijl en boog achtervolgers van grote afstand dodelijk treffen. Als honger dreigde, kerfden ze een snee in de huid van hun paard en dronken het warme bloed. Ze waren hard voor zichzelf en kenden geen medelijden met hun slachtoffers.
|
Het Mongools was tegen het eind van de dertiende eeuw een wereldtaal geworden. Het werd gesproken door ambtenaren in het hele Mongoolse rijk. De Khan kon hen instrueren via een modern communicatie systeem: ruiters brachten boodschappen door het land met de toen ongelooflijke snelheid van 375 km per dag.
We maken een tocht per paard door de Mongoolse graslanden. Djengis Khan overleed aan de gevolgen van een val van zijn paard, lezen wij tot onze schrik. We vinden het verontrustend dat zelfs een Mongool op zo'n manier aan zijn einde kan komen.
We rijden naar de hier en daar met sneeuw bedekte graslanden toe en worden verwelkomd door een in felgekleurde jurk geklede Mongoolse die een prachtig lied zingt en ons volgens traditie wodka aanbiedt.
|
Hierna bestijgen we ons paard. De paarden zijn misschien net iets groter dan een pony, maar zeg dit niet tegen een Mongool, je zou hem enorm beledigen. Als we het dorp verlaten zien we dat een nog levend, blatend schaap wordt geslacht. We krijgen het beeld van de man die met zijn handen al in de buik van het schaap zit niet uit onze gedachten .
Het uitzicht is prachtig, de zon schijnt in ons gezicht en de wind waait om onze oren. We stoppen bij een Mongoolse familie, waar we zoute melkthee krijgen. Er staan kleine kommen met 'dingetjes', die je in de thee kunt stoppen, waaronder gedroogde melkvellen, die in je thee oplossen.
Tweederde van alle Mongolen leeft nog in tenten, de gers, maar tijden veranderen. De gertenten zijn hier, nu het kouder wordt, van steen. De gers van vilt worden gebruikt in de zomer en daarnaast hebben alleen de echte 'paardenfamilies' tenten van vilt, die ze van plaats tot plaats weer op- en afbouwen voor het grazende vee.
Na afloop van onze tocht nemen we plaats bij een houtkachel in een ger van vilt en krijgen we een tafel vol Mongoolse lekkernijen, waaronder heel veel schaap.
|
De trein tjoekt verder naar de foeilelijke hoofdstad van Mongolië, Ulaanbaatar. We hebben een 'hard sleeper'geboekt voor de 30-uur durende rit. Gelukkig hebben wij een rustig compartimentje, want in de andere worden 'iedereen-is-welkom-in-ons-compartiment-feestjes'gehouden.
Op de grens met Mongolië moeten de Chinese bougies worden verwisseld voor Mongoolse bougies. We begrijpen er weinig van als we moeten uitstappen, iedereen de trein verlaat en de trein wegrijdt.
Het duurt enkele uren voor de bougies zijn verwisseld en ook voor de grenscontrole moeten we uren wachten op het koude stationnetje.
In de vroege ochtend komen we aan in Ulanbaatar, een bizarre stad. We rijden door brede straten die omringd zijn door Russische betonnen complexen. Her en der lopen nomaden rond in zijstraatjes. Aan de voet van wegrottende flatgebouwen zie je gers staan. Oude Lada's en moderne Mercedessen rijden door de straten. Een Mongool in een lange groene leren jas, die ons in het Duits aanspreekt, zorgt dat we bij ons hostel aankomen en op zondag nog ergens geld kunnen wisselen.
Vanuit deze hoofdstad, die internetcafés, bars, moderne winkels en restaurants in de grauwe straten heeft sinds de politieke omwenteling in de jaren '90, maken we een trektocht door de Mongoolse steppen en bergen. Met een Mongoolse chauffeur die enkele woorden Engels spreekt en een Amerikaan, een Britse en een Nieuw-Zeelander vertrekken we per Russische jeep.
De berichten voorspellen niet veel goeds: Mongolië ligt al onder een laag sneeuw. Zonodig wordt er een andere route gezocht als de weg is versperd. We hopen de echte 'paardenfamilies' te ontmoeten.
Onderweg rijden we door eindeloze grasvlakten en zacht glooiende heuvels. Hier en daar zien we een ger, een traditionele nomadentent. De wegen gaan van goed naar minder goed tot iets wat je geen weg meer kunt noemen.
|
Aan het einde van de eerste dag slapen we naast een afgelegen oude tempel temidden van een sneeuwveld. Een monnik opent de deuren van elk afzonderlijke tempel. Rond 1930 hebben de Russische communisten veel van deze tempels vernietigd. In 1936 leefden hier nog 2000 monniken, nu nog maar 50.
Het is stervenskoud en we slapen in een ger met vijf bedden en in het midden een houtkachel en een klein wastafeltje. De wc is een klein hokje, zo'n 50 m buiten de tent. Uitkijken dat je niet in het metersdiepe gat eronder valt. Het riekt in ieder geval niet zo met deze kou.
Chakkah, onze chauffeur, gaat eten maken dat ons goed smaakt na zo'n lange tocht. Het houtvuur wordt voor het slapen flink opgestookt en we proberen voor het vuur uitgaat in de driedubbele slaapzakrol, met sjaal, muts en handschoenen in slaap te komen. We proberen het primitieve leven en de etiquette van de ger onder de knie te krijgen; niet leunen tegen de palen, met de voeten naar de deur slapen etc.
De volgende dag rijden we door uitgestrekte sneeuwlandschappen. Het wordt al donker en Chakkah blijkt de weg kwijt te zijn. Plots maken we een rondje van 360 graden door de sneeuw. Later stranden we bij een houten hotelletje met 4 bedden. Zenuwachtig vraagt Chakkah of we hiermee akkoord gaan. We zijn allang blij dat we een onderkomen hebben, een ander optie is er niet.
|
In het kleine kamertje met 4 doorzakbedden creëren we 6 bedden bij het knisperende haardvuurtje en de eigenaar maakt voor ons noedels met aardappels. Als we 's ochtends wakker worden, kijken we over een weids landschap en een drollenspoor, omdat we gisteravond de wc niet meer konden vinden.
We bezoeken een markt waar overal op de grond bergen huiden met het bloed er nog aan liggen. Verder liggen er schapenhoofden en veel bevroren dierengestalten in containers. Er worden goede zaken gedaan, zo vlak voor de koude winter. Chakkah verwisselt ondertussen een band.
Zo nu en dan slapen we bij Mongoolse families in de tent. Een enkele keer vraagt Chakkah aan een voorbijganger of er ergens een slaapplaats is. We worden dan soms uitgenodigd om bij die familie zelf te overnachten.
|
In de gertenten zetten de vrouwen een grote pan op de houtkachel midden in de tent en koken wat ze kunnen. Niet veel later wordt er wodka aangeboden in kleine glaasjes en dit gaat maar door en door.
Geïnteresseerd zijn ze als we een spelletje kaart spelen, schuiven aan en pikken het snel op. De hele familie komt erbij.
Soms krijgen we 's ochtends rijstepap aangeboden met een stuk schaap erbij en versgemolken paardenmelk. Het is wennen.
We rijden paard tussen de yaks, koeien met lange haren. De zadels zijn piepklein. Op een ochtend vraagt Chakkah aan ons of we het goed vinden om iets later te vertrekken, omdat de Mongoolse familie een koe gaat slachten. Iedereen helpt en het is een enorme klus om alle ingewanden uit de koe te halen. Het eindigt ermee dat we wegrijden met een hele koe onder onze bagage.
|
We bezoeken een groot meer van zo'n 300 km lang dat in verbinding staat met het Baikalmeer. Hier wonen rendierfamilies. Het bevroren 'Grote Witte Meer' is omgeven door vulkanen en het is een van de mooiste meren van het land.
In Kharkhorin, de stad die de zoon van Chiggis Kahn heeft gesticht, bezoeken we een markt waar de jeugd buiten aan het biljarten is.
Voor de laatste avond van onze tocht slaan we extra wodka in. Ter afsluiting komt er een Mongool onze tent in om een 'throat singing' privé-concert te houden. Hij kan twee stemmen en twee melodieën tegelijk produceren.
|
De volgende ochtend bezoeken we het Erdene Zuu-klooster. De deurknop schittert in het zonlicht. Als we de deur openen, horen we het monotone geprevel van boeddhistische monniken. Achter een raam lacht een monnik in rood gewaad ons toe en nodigt ons uit om het geprevel bij te wonen.
Dit is het oudste klooster van Mongolië. Decennia lang lag het verlaten in de woestenij, de bewoners verjaagd door Chinese en Russische veroveraars. Pas in 1990 werd het klooster weer actief en brachten omwonenden een deel van de in veiligheid gestelde schatten terug naar het klooster.
|
Vanuit Ulanbaatar nemen wij de Transiberië-express richting Datong in China. We nemen een luxe compartiment, waar we wel aan toe zijn na vele dagen primitief te hebben gebivakkeerd.
In Datong bevinden zich de vroeg-boeddhistische Yungang-grotten. Je ziet hier in grotten van een kilometer lang voorbeelden van de oudste boeddhistische beeldhouwwerken in China. Je kunt het gerust het hoogtepunt van de Chinees-boeddhistische grotsculpturen noemen.
Vanuit Datong reizen we per bus naar een vallei met zo'n 25 kloosters. De mensen die hier naar toe reizen, waaronder een aantal monniken, zijn het reizen per bus door de bergen niet gewend. De meesten zitten aan de zijkanten bij het raam en kotsen de bus onder.
De vallei maakt deel uit van een van de Vijf Heilige Pieken van China. Volgens de overlevering hielden de eerste vorsten in een vaste periode van het jaar van China jachtexpedities naar deze Vijf Heilige Pieken. Daarna werden er rituele offers gebracht aan de god van de betreffende berg.
|
Latere keizers, beginnende met de eerste keizer van de Qin-dynastie (van het Terracotta Leger), formaliseerden deze expedities en gaven ze een vaste plaats in de staatsrituelen, zoals voorgeschreven door het confucianisme.
De Vijf Heilige Pieken liggen in de vier windstreken met één in het centrum. In het oosten Taishan, in het zuiden Hengshan, in het westen Huashan, in het noorden Hengshan (andere betekenis in het Chinees) en in het centrum Songshan. Ze vertegenwoordigen samen het grondgebied van het Chinese keizerrijk. Elke berg heeft een god, die over zijn eigen domein heerst.
De kloostervallei is een oase van rust. De sfeer in en rondom de kloosters wordt bepaald door hoge bergen, vriendelijke monniken en gebed dat door het gehele dorp te horen is.
De oude ommuurde stad van Pingyao is door de Unesco uitgeroepen tot Cultureel Werelderfgoed. Imposante muren met drie overgebleven stadspoorten rijzen boven alles uit.
Rinkelende riksja's banen zich een weg door oude stoffige steegjes tussen bruine bakstenen huizen. Je ruikt de geuren van dampende noedelspecialiteiten.
|
Sfeervolle restaurants, gevestigd in voormalige koopmanshuizen met grote houten openstaande deuren en rode lampionnen, nodigen je uit om de drukte met een kopje bloementhee gade te slaan.
Wij verblijven in een oude Chinese kamer waar we de slaap slecht kunnen vatten door de vele ratten die ons gezelschap houden.
Lang voor Peking was Xi'an de hoofdstad van het Verenigd Keizerrijk. De eerste keizer van China, Qin Shi Huang, was een wrede dictator die het Chinese rijk uitbreidde en verenigde en met megalomane werken zijn eigen grootheid of de grootsheid van China wilde vastleggen voor het nageslacht.
Een daarvan was de bouw van de Chinese Muur, een ander was de vervaardiging van een gigantisch leger van gebakken aarde (terracotta) dat zijn grafheuvel na zijn dood moest beschermen. Vermoed wordt dat het leger enkele duizenden soldaten groot was, inclusief paarden, wagens en een generale staf.
|
Enkele jaren na zijn dood ging de Qin-dynastie die hij had gesticht ten onder in een opstand geleid door een opstandige generaal die door hem aan de kant was geschoven. Het terracotta leger dat in onderaardse kelders stond opgesteld werd vernield en onder de aarde bedolven.
In 1974 ontdekten boeren de eerste soldaten bij het graven van een put op 28 km van de stad. Sindsdien zoekt men in de wijde omgeving naar restanten van het leger, vaak niet meer dan wat scherven die zorgvuldig in elkaar gepuzzeld worden. Tot nu toe zijn drie terreinen opgegraven
In de moslimwijk van Xi'an vind je een moskee in Chinese stijl: de pagode is een minaret en de tempel de gebedsruimte. Hier zijn eeuwen geleden Arabische handelaren die de zijderoute volgden neergestreken. Zij hebben zich met de lokale bevolking vermengd en hun godsdienst doorgegeven
|
Na de Chinese cultuurwonderen vervolgen wij onze weg naar het zuiden per trein. In de ochtend rijden we naar het Dongwuyuan, het 'Panda Breeding & Reseach Center', zes kilometer ten noordoosten van het centrum van Chengdu.
Het reservaat heeft 15 reuzenpanda's, de grootste groep ter wereld. Zij leven hier in een semi-natuurlijke omgeving en er wordt wetenschappelijk onderzoek gedaan. Ze proberen door panda 's te fokken en uit te zetten de soort te behoeden voor uitsterven. De reuzenpanda wordt in zijn bestaan bedreigd doordat zijn leefgebied steeds kleiner wordt.
In het wild leven de panda's nog in de Sichuan-bergen, zo'n 300 km van Chengdu. Het zijn er nog maar ongeveer duizend.
Met een Chinese reisorganisatie en dus veel Chinezen bezoeken we de provincie Sichuan en het Jiuzhaigou National Park. Na alle openbare treinen en bussen van de afgelopen tijd laten we ons rondrijden door de parken. De bus zit vol met nieuwsgierige, zo nu en dan ruziemakende Chinezen.
|
Jiuzhaigou ligt in de Minshan-bergen in het gewest Nanping in Noord-Sichuan, 440 km ten noorden van Chengdu en vlak bij de grens met Gansu. Dit gebied bestaat uit drie valleien die over een afstand van 40 kilometer een omgekeerde letter Y, wijzend naar het noorden, vormen. De Shuzhenggou Vallei vormt het rechte stuk van de Y, terwijl de oostelijke vork de Zechawagou Vallei en de westelijke vork de Rizegou Vallei is.
Jiuzhaigou betekent 'Negen Dorpen Vallei', aangezien negen Tibetaanse dorpjes zich tussen de bergen in dit gebied hebben genesteld op 2400 tot 3600 meter. De Tibetaanse dorpen worden opgefleurd door kleurige huizen en tempels.
De vallei bevat meer dan 100 meren en vijvers, evenals watervallen en kreken. Ruim 620 vierkante kilometer van dit gebied is in 1979 als natuurreservaat aangewezen, met panda's, hoge pieken, hemelsblauwe meren en bossen.
|
In de miljoenenstad Chongqing vertrekt de boot voor een toch over de Yangtze rivier. 's Avonds gaan we aan boord van de Yangtzeboot.
We varen tussen metershoge kliffen over de Yangtze rivier, die met 6300 km de langste van China is en de op drie na langste rivier ter wereld. Naarmate we verder van Chongqing wegvaren wordt de lucht helderder.
We zijn getuige van de bouw van de Drie Klovendam. Voor de Gezhooubadam zijn meer dan twee miljoen mensen verhuisd en zijn steden en dorpen onder de waterspiegel verdwenen. Andere steden en dorpen zijn verlaten en doen aan als spookplaatsen.
|
Per vissersboot varen we 'De Drie Kleine Kloven' in. Het water is hier al zo'n 140 m gestegen en zal de 175 m bereiken. Dit is de laatste kans om de prachtige valleien te zien voordat ze in 2010 van de kaart zijn weggevaagd.
Met hun tot 1000 meter hoge rotswanden en scherpe pieken beantwoorden de drie kloven perfect aan het Chinese ideaal van schoonheid en romantiek.
De Chinezen zitten de hele reis opeen gepakt in hun piepkleine hutjes te kaarten, mahjong te spelen en te zweten. Als we een kloof invaren, rennen ze massaal naar buiten. De camera's klikken en Chinese vrouwen poseren met gekamd haar voor de scherpe rotspieken.
Midden in de nacht kunnen we het machtige verlichte bouwwerk van de dam van dichtbij bekijken. De stroomopwekking van de dam is equivalent aan de energie die 20 kerncentrales leveren en levert 20 procent van de totale energie in China.
|
|
|
|
|
|
Reisverslagen China | Vakantie China boeken