Stedentrip Valencia II

Van oude stadspoorten en kerken tot futuristische musea

Valencia is een stad vol monumenten: van de kerken, torens en stadspoorten tot de arena, de overdekte markt en de botanische tuin. En al duizend jaar komt het wekelijkse watertribunaal bijeen. Maar Valencia is ook een levende stad met stadsstranden, een bruisend nachtleven en futuristische musea in de Stad van de Kunst en Wetenschappen.

Reisverslag en foto's: Mariet Arts

Op luchthaven Manises ten westen van Valencia stappen we in een groene bus die ons naar het centrum van Valencia brengt. Bij Estación del Norte, de eindhalte, stappen we uit.

Naast het station staat het Plaza de Toros, de stierenvechtersarena, een groot rond neoklassiek gebouw. We wandelen naar het vlakbij gelegen Plaza del Ayuntamiento, waar ons hotel staat.

Op het plein blijven we staan temidden van de vele bloemenkiosken en wuivende palmen. Prachtige bouwwerken met barokke versieringen trekken onze aandacht: La Oficina de Correos, het postkantoor, en El Ayuntamiento, het stadhuis.

Iets verderop, naast de fontein, ligt het Rialto-gebouw met een theater, bioscoop en concertzaal.

We gaan naar het hotel, checken in en ontvangen een plattegrond van Valencia waar we meteen gebruik van maken.

Ciutat Vella

Iedere ingang van de kathedraal een andere bouwstijl

We blijven in de oude stad, Ciutat Vella, in de wijk La Seu. Op Plaza de la Reina staan bankjes waarop wat oudere mensen zitten te rusten en aan de zijkant staan rijtuigjes waarmee een toer door de stad kan worden gemaakt.

We lopen onder sinaasappelenbomen door naar Catedral de Santa María de Valencia. Deze kathedraal werd gebouwd in de 13e en 14e eeuw en vertoont verscheidene bouwstijlen: renaissance, gotiek en Romaans.

De kathedraal heeft drie ingangen; de Puerta de los Apóstoles op het Plaza de la Virgen, de Puerta del Palau  op het Plaza de La Almoina en Puerto Hierros ,de hoofdingang naast de klokkentoren El Micalet op het Plaza de la Reina.

De klokkentoren is ruim vijftig meter hoog en vanuit de kathedraal kan men via een smalle trap naar de top van de toren klimmen. We lopen links om de kerk heen door een steegje, El Calle del Micalet. Halverwege tokkelt een straatmuzikant gezellig op zijn gitaar.

We bereiken het Plaza de la Virgen. Midden op het plein staat een klaterende fontein met de Griekse watergod Poseidon liggend temidden van zijn godinnen, op sokkels met de namen van de bevloeiingskanalen, de huertas, buiten Valencia. Aan een kant van het plein staan restaurantjes met gezellige terrasjes.

Op het plein bevindt zich ook de basiliek van Nuestra Señora de los Desamparados, schutspatroon van de stad Valencia. Deze is door een boogje met de kathedraal verbonden.

Vanaf het plein zien we de toren van het gotische gebouw Palacio de la Generalidad, tegenwoordig zetel van het bestuur van de Valenciaanse regering.

We slenteren door de straatjes van de oude wijk El Carmen. Op het Plaza del Miracle del Mocadoret bezoeken we Artesania Yuste. Enrique wil graag vanachter zijn werkbank voor me poseren maar zegt 'no trabajo'. Hij heeft zijn werkplaats al opgeruimd en vindt het te laat om nog iets te maken. We verlaten zijn atelier met twee handgemaakte azulejos, tegels met afbeeldingen van een pintor en een panadero, een schilder en een bakker.

Op het Plaza Redonda, het ronde en meest merkwaardige plein van Valencia, staat in het midden een fontein en rondom allerlei winkeltjes met curiosa en traditionele producten uit Valencia en omgeving.

Bij het borduur- en kantwinkeltje van Pily y Amparin laat een van de twee dames mij een Spaans borduursel zien, dat ook wel Spaanse kant wordt genoemd, een prachtig gouddraadborduursel wat vooral in de renaissance gebruikelijk was.

Bij café bar Negrito op het gelijknamige plein zitten groepjes jonge mensen aan tafeltjes een biertje te drinken, waar wij natuurlijk graag aan meedoen. Wanneer we terug zijn op Plaza de la Reina bestellen we in een van de restaurantjes een portie tapas van gefrituurde gamba's, inktvisringen en sardines in knoflookolie.

Ciudad de las Artes y las Ciencias

Sommige bouwwerken lijken net grote ruimteschepen

De volgende morgen gaan we vroeg op pad, want niet ver van het centrum valt een heel andere wereld te ontdekken: het futuristische Ciudad de las Artes y las Ciencias, de Stad van de Kunsten en Wetenschappen.

Vanaf het Plaza del Ayuntamiento lopen we naar Calle Poeta Querol. We passeren de chique winkel van de gebroeders Lladró, die in 1953 begonnen met het maken van beeldjes.

De porseleinen beeldjes uit de Lladrófabriek, waarvan de ateliers en werkplaatsen iets buiten Valencia liggen, zijn wereldberoemd. Het valt me op dat ze in afgelopen jaren erg zijn veranderd. Ze zijn veel moderner geworden.

Even verderop staat het 15e eeuws Palacio del Marqués de Dos Aguas, dat het nationale keramiekmuseum González Martí herbergt.

De belangrijkste tentoongestelde voorwerpen zijn o.a. een verzameling van Valenciaanse keramiek en tegels, een unieke collectie van Celto-Iberisch aardewerk tot werk van Picasso. In het portaal zien we Maria met kind omgeven door engelen.

We raken een beetje verstrikt in de straatnamen, die zowel in het Castiliaans als Catalaans op de gevels staan, ze worden door elkaar gebruikt. De sterke bedwelmende geur die in de straat hangt komt van de paarswitte bloesem aan de vele bomen die er staan.

We lopen naar Calle la Paz.  Bij het toeristeninformatie-kantoor aan het einde van de straat vinden we allerlei interessante brochures over Valencia. We gaan ze lezen op een bankje op het Plaza de Alfonso el Magnánimo (Alfons de Grootmoedige). De Koning van Aragon zit op zijn paard hoog boven ons en wijst met zijn hand naar iets in de verte.

Libreria Paris-Valencia op het plein opent de deuren en ik kan het niet laten om even de boekenzaak in te gaan. Behalve boeken in het Castiliaans (de officiële Spaanse taal) zijn er ook boeken in het Valenciaans.

Met twee Spaanse boeken op zak gaan we verder en wandelen langs de mooie stadspoort op het Plaza Puerta de la Mar naar Puente Calatrava, de brug die genoemd is naar de architect Santiago Calatrava.

Veel Valencianen noemen de brug La Peineta, wat de kam betekent, omdat de brug lijkt op de traditionele sierkam die Spaanse dames in hun haar dragen.

Aan het begin van de brug dalen we een trap af naar de rivierbedding waarover vroeger de Turia stroomde. Nu wordt het El Jardín del Turía genoemd, de tuin van de Turia. Na verschillende forse overstromingen in de jaren 60 werd besloten de rivier om te leggen. Nu stroomt de rivier langs de westkant van de stad.

We lopen in zuidelijke richting en worden steeds enthousiaster. Het lijkt bijna onwerkelijk om 12 km door een drooggelegde rivier te kunnen wandelen en fietsen. Bij de bruggen die over de Turia liggen, zijn wegen of steile trappetjes om naar boven de stad in te gaan.

Onder een van de bruggen hangen goudgeschilderde vogelkoppen met open snavels waardoor, bij regen, het overtollige water van de brug naar beneden stroomt. Veel jonge mensen en gezinnen met kinderen zitten in het gras te picknicken of zomaar te genieten van de zon.

We wandelen langs het muziekpaleis Palau de la Música en tussen statige palmbomen door. We passeren Gullivers park, een recreatiepark en speeltuin voor kinderen.

Tenslotte zijn we bij de Ciudad de las Artes y las Ciencias. Het eerste wat me opvalt is het licht en de ruimte. De grote futuristische bouwwerken van staal en glas hebben enorme afmetingen en zijn in het water gebouwd, sommige lijken net grote ruimteschepen.

Palau de les Arts Reina Sofía is een centrum van de avant-garde met opera, dans en theatervoorstellingen. We wandelen onder een boog van staal door L'Umbracle, de promenade met subtropische planten die als toegangspoort fungeert en is gebouwd op een ondergrondse parkeergarage.

L'Hemisfèric is een gebouw dat lijkt op een groot menselijk oog. In het gebouw is een planetarium, een laserium en een grootscherm bioscoop.

Ernaast staat het Museo de las Ciencias Príncipe Felipe, het grootste wetenschapsmuseum van Spanje.

Wetenschap, natuur en kunst, met meer dan duizend interactieve modulen en spectaculaire experimenten. Overal lezen we 'prohibido no tocar', verboden om niet aan te raken, elke bezoeker kan actief meedoen aan wetenschappelijke en technologische experimenten.

We gaan naar de ingang van L'Oceanográfic, het grootste aquarium van Europa. In grote bassins met miljoenen liters water is het leven in de verschillende wereldzeeën nagebootst.

Duizenden vissen en zeezoogdieren leven in deze bassins en kunnen van alle kanten bekeken worden. Helaas is één dag niet genoeg om alles te kunnen zien.

Tegen de avond gaan we terug naar het oude centrum. Op het Plaza de la Virgen laten Valenciaanse kunstenaars hun werk zien.

Stadsstranden Las Arenas en Malvarrosa

De Costa de Valencia ligt op loopafstand van het centrum

De volgende morgen is het perfect weer voor een fikse tocht. We lopen tussen de arena en het station door naar de kaarsrechte Avinguda Antiguo Reino de Valencia, een drukke winkelstraat met veel stoplichten en hoge gebouwen. Overal staan auto's geparkeerd.

We wandelen in de schaduw van de palmbomen over het trottoir, dat tussen de rijbanen ligt, en komen weer bij de Turia.

Op betonnen sokkels staan pretechnologische beeldhouwwerken. Iets verderop zien we hoge moderne flatgebouwen en een filiaal van El Corte Inglés, het bekendste warenhuis van Spanje.

Langs de oude rivier gaan we verder naar het oosten en komen in de wijk Grau. De temperatuur is inmiddels 28 graden zien we op een toren en volgens onze kaart zijn we vlakbij zee.

We volgen de Calle Doctor Juan José Domine die ook gescheiden rijbanen heeft. Daartussen ligt een wandelpad met grillig gevormde bomen en zitbankjes. Bij een van de cafeterías bestellen we enkele bocadillos con jamon, broodjes met ham.

Playa de Las Arenas heeft een schoon breed zandstrand en een boulevard met een rij mooie waaierpalmen, restaurants en terrassen. Op het strand worden door zandkunstenaars grappige figuren gebouwd.

Overal in Valencia komen we bloemen tegen maar nergens zo weelderig als op het strand van Playa de la Malvarrosa. Er groeien duizenden geel en roze sterretjes op houtachtige stengels, het is de kruipende en bodembedekkende middagbloem de hottentotvijg die is geplant om het zand vast te houden.

We passeren een fontein in de vorm van een boot.

Enkele uren later is de temperatuur gedaald, kleuren worden warmer en maken alles nog mooier en sfeervoller. De restaurants lokken de bezoekers met verse vis maar ook Valenciaanse specialiteiten staan op het menu, zoals paella's en andere rijstgerechten.

Na het genieten van een overheerlijke visschotel, een glas wijn en uitzicht op zee lopen we naar het einde van de boulevard waar we bij La Parade del Autobuses op de bus stappen die ons rechtstreeks terug brengt naar het Plaza del Ayuntamiento in het oude centrum.

Het is al laat en het hele centrum is onherkenbaar veranderd, het Valenciaanse uitgaansleven is in volle gang. Op Plaza de la Virgen is tegen de basiliek een podium gebouwd. Het plein staat vol met houten klapstoeltjes. We nemen plaats op stoeltjes die nog vrij zijn en genieten van de muziek, de sfeer en de mensen om ons heen.

Later op Plaza de la Reina en in de wijk El Carmen is het een drukte van jewelste. ¡Hola! ¿qué tal?, klinkt het overal. Met ons gaat het goed maar na enkele glaasjes Agua de Valencia, een mix van jus d'orange, Spaanse wijn en likeur, zoeken we toch ons hotel op.

Mercado Central en Tribunal de las Aguas

900 kraampjes op de grootste overdekte markt van Europa

Na een stevig ontbijt gaan we weer op pad, de zon schijnt vanuit een knalblauwe lucht. We hebben er zin in. Vandaag bezoeken we het watertribunaal.

We steken de drukke Calle San Vincente Martir over en komen via de Avenida de Maria Cristina bij de grootste overdekte markt van Europa, de Mercado Central met ruim 900 kraampjes in een art nouveau-gebouw uit 1920 met glas-in-loodvensters, smeedijzer en mozaïektegels.

Op de koepel staat een merkwaardige windwijzer, La Cotorra del Mercat; een groene papagaai symboliseert de gezellige drukte in het marktgebouw, lees ik in mijn brochure.

Naast de ingang zijn winkeltjes met paellapannen met een doorsnede van bijna een meter. In de Mercado Central hangen aan  kraampjes grote bossen chilipepers. De yuccawortels, artisjokken, aubergines en citrusvruchten zijn er vers en volop te koop.

In een aparte hal liggen de vitrines vol ijs met daarop vis, schaal- en schelpdieren. Saffraan, verse knoflook, kappertjes, het is er allemaal.

De slager roept vanonder zijn stoere hammen die aan het plafond hangen ¡alto ahi! en geeft een stopteken met zijn hand als hij ziet dat ik een foto wil maken. Hij draait aan knoppen in het elektriciteitskastje aan de muur en alle lampen floepen aan in zijn slagerijtje.

Hij lacht naar me en roept dan ¡más luz! ¡más bonito! en gaat door met zijn werk

Tegenover de Mercado Central staat Lonja de La Seda, de zijdehal, een beroemd gotisch bouwwerk. Vroeger was het een beurs waar zijde werd verhandeld. Het gebouw is door Unesco uitgeroepen tot Werelderfgoed. Vanaf elf uur is het gebouw open voor publiek.

We gaan naar de Apostelpoort, waar het watertribunaal-spektakel gaat beginnen. De leren zetels met daarop de namen van de bevloeiingskanalen worden door sterke mannen, boven hun hoofd, naar de poort gedragen en in een kring achter een met touw afgezet gebied gezet. Ik lees namen als Çequia de Mislata, Çequia de Benàger i Faitanar en Çequia de Quart. Het zijn dezelfde namen als bij de godinnen die in de fontein staan.

El Tribunal de las Aguas bestaat uit acht mannen die ieder een van de hoofdkanalen vertegenwoordigen die het tuinbouwgebied van Valencia van water voorzien. Nog steeds komen ze elke donderdag om twaalf uur bijeen voor de Apostelpoort op het Plaza de la Virgen.

Voor dit tribunaal worden conflicten tussen boeren uit de huerta of klachten van gebruikers van de irrigatiekanalen uiteengezet. Wie de boel bedondert krijgt geen water meer. Het vonnis is onaanvechtbaar, ook al wordt de uitspraak alleen mondeling gedaan.

Inmiddels is het hele plein stampvol met honderden mensen, zelfs een cameraploeg is aanwezig om getuige te zijn van de uitspraak Daar komt de voorzitter, helemaal in het zwart gekleed en in zijn hand een staf met een punt en goudkleurige haak, om zijn zwarte pet zit een goudkleurige band met een embleem van het watertribunaal.

Zeven mannen, eveneens in het zwart gekleed, volgen hem en nemen plaats op de stoelen die voor de Apostelpoort staan. In het kort komt het erop neer dat er deze week geen klachten zijn. Alles bij elkaar duurt het nog geen tien minuten maar de mannen  krijgen een geweldig applaus. De stoelen worden opgeruimd en iedereen gaat weer zijn eigen weg.

Ook wij verlaten het plein en wandelen naar de Puente del Real. We lopen de brug over naar de overkant en staan bij de ingang van de Jardines del Real of ook wel Viveros Municipales genoemd.

Het is druk in de stadstuin. Op een brede open strook staan aan beide zijden houten stalletjes met boeken. Prachtige getijdenboeken met geïllumineerde letters, elke pagina van zo'n boek lijkt wel een miniatuurschildering. Er zijn manuscripten met Romaanse en gotische versieringen en andere religieuze boeken.

Vlakbij vliegen in grote volières verschillende soorten tropische vogels van tak tot tak, onderin scharrelen kwartels op zoek naar eten.

We wandelen over brede aangeharkte grindpaden tussen bloemperken en beelden door en zien een dadelpalm die vol hangt met vruchten. Bij de uitgang lopen we via een tunnel onder de drukke San Pío V door en staan weer in het Turia-park.

Rechts van ons ligt het Museo de Belles Artes. De voetbalvelden die in de Turia liggen zijn allemaal bezet.

Bij Puente de Serranos verlaten we de rivier en trekken onder de stadspoort door naar de binnenstad. De Torres de Serranos zijn de grootste gotische stadspoort in Europa en werd aan het einde van de 14e eeuw gebouwd door Pere Balaguer.

Tot 1887 waren de torens aan de noordkant in gebruik als gevangenis voor de adel.

Onder de bomen strijken we neer op het terrasje van Sant Jaume om te genieten van een heerlijk ijskoud biertje en een schaal gemarineerde aceitunas de la casa, olijven van het huis. Een rode stadsbus wringt zich door de smalle straatjes langs het terrasje. Niemand stoort zich er aan, het hoort erbij.

Na 'n uurtje trekken we weer verder. In een van de straatjes staan gekleurde bloempotten op balkonnetjes met aan de onderkant prachtige azulejos. Bij een openstaande deur spreekt een vrouw me aan. Binnen op een tafel ligt mooi, met de hand gemaakt, houten speelgoed dat heel eenvoudig en juist daarom zo mooi is. Een wat oudere man maakt het speelgoed.

We worden moe van al dat rondstruinen door de vele straatjes en pleintjes en gaan terug naar het Plaza del Ayuntamiento waar we enkele uren gaan zitten op een van de bankjes en genieten samen met de Valencianen van de ondergaande zon en alles om ons heen.

Jardin Botánico

In de kassen worden prachtige orchideeën gekweekt

De volgende dag begint onze tocht op Plaza de Santa Catalina. Op het terrasje van Horchatería El Siglo bestellen we een horchata gemaakt van chufas, een speciale soort aardamandelen, het populair amandelmelkdrankje kan men ook kopen bij de karretjes die op verschillende plaatsen in de stad staan. Het Catalaanse woord voor het drankje is Orxata.

Via het Plaza de la Virgen komen we aan de achterkant van de kathedraal en de basiliek op het Plaza de la Almoina. Een tiental bloembakken met knalrode callistemon ofwel lampenpoetsers, sieren het plein. Tegen de basiliek hangt een tegelplateau met Señora de los Desamparados.

We besluiten om naar de Torres de Quart te wandelen. Via het Plaza de Manises komen we op de Calle de Caballeros. Hier staan enkele mooie paleizen en fraaie herenhuizen. Op een van de torens van Quart lees ik Monumento Histórico Artístico Nacional, het gebouw is beschermt door monumentenzorg. De achterkant is geheel gerestaureerd.

We lopen onder de torens door en volgen de Calle de Quart en staan even later voor de Jardin Botánico, de botanische tuin van de Universiteit van Valencia, met veel inheemse en exotische planten en bomen.

Een bezoekje leidt bijna automatisch naar de orchideeënkas. Ik raak diep onder de indruk van de vele prachtige orchideeën die in de kassen gekweekt worden.

Achter in de tuin staan bakken met voer voor de vele zwerfkatten die in de tuin van de universiteit leven. Bij de uitgang zie ik dat er geen dak zit op het voorste gedeelte van het gebouw. Een boom die aan de binnenzijde staat heeft alle ruimte om er bovenuit te groeien.

We gaan terug naar het Plaza de la Reina, naar het terrasje van chocolatería Valor. We kunnen Valencia niet verlaten zonder de Spaanse traditie: churros, gefrituurde deegstengels die je in gesmolten chocolade doopt voor je ze opeet.

De laatste avond zitten we nog wat op ons gietijzeren balkonnetje met uitzicht over het Plaza del Ayuntamiento. ¡Valencia, adíos!

Reizigers informeren reizigers
Hopelijk vind je dit reisverslag inspirerend en behulpzaam bij het voorbereiden van je vakantie. Alle reisverslagen op deze site zijn geschreven door reizigers zoals jij en ik. Draag een steentje bij en maak ook een verslag van jouw reizen. We mailen je graag wat tips & aanwijzingen voor het schrijven van een reisverslag voor Anders Reizen.
Anders Reizen Nieuwsbrief
Voortdurend worden nieuwe reisverslagen aan het reismagazine toegevoegd.
Blijf op de hoogte en abonneer je op de gratis Anders Reizen Nieuwsbrief
Djoser
De Jong Intra Vakanties Kras
Anders Reizen - Vakantie buiten de gebaande paden

Reisverslagen Spanje | Reisverslagen stedentrips | Vakantie Spanje boeken