Rondreis Peloponnesos

Steeds weer verbaasd over de stilte en de rust

Van mooie stranden in het zuiden van de Peloponnesos via het oude Messene naar Arkadië. Met een tandradtreintje van de noordkust naar Kalavrita. Via Nafplio en de rotsige, stille oostkust naar het zuidoosten. Tot slot een stuk van de Mani, met Kardamili als rustpunt.

Reisverslag en foto's: Els van der Vos

Vanaf het vliegveld van Kalamata rijden we via Koroni, Petalidi, Finikounda en Pylos naar Gialova. De weg langs de kust is licht heuvelachtig, met veel sinaasappelplantages. De dorpjes zien er vriendelijk uit.

In Gialova huren we een appartement op een heuvel met een balkon met uitzicht op de Baai van Navarino: voor ons de Sfakteria-eilanden, rechts de Voidokilia-baai en links Pylos. 's Morgens op het terras is het koel omdat de zon er nog niet op staat.

Gialova is een klein plaatsje zonder centrum en zonder haven, maar ook zonder nieuwbouw. Het brede strand ligt aan de baai van Navarino. In het dorp staan ruïnes van onduidelijke gebouwen. Het is er stil. Alleen het restaurant op de hoek heeft wat klandizie. Een oude olijfpers die tussen het strand en de weg staat wordt gesloopt, want daar moet een hotel komen.

Er zijn ook plannen voor een museum in de oude, vervallen wijncoöperatie aan de strandweg. We zien veel oma's en opa's met kleinkinderen. Een kind leert haar opa in het Engels tellen. In het restaurant waar we eten, bedient een stokoude man de grill. Hij heeft een föhn bij de hand om het vuur aan te houden.

De omgeving van Gialova bestaat uit heuvelland met olijfbomen. Veel wegen in het achterland zijn onverhard, maar goed tot redelijk berijdbaar. Als we een tochtje maken in de heuvels achter Gialova rijden we na het gehucht Schinolaka verkeerd. Geen wegwijzers meer.

We zijn steeds weer verbaasd over de stilte en de rust. We komen een paar mensen tegen die in de olijfboomgaarden werken, dat is alles. In de piepkleine dorpjes is zelfs geen winkeltje te zien, soms alleen iets dat op een kafeneion (café) lijkt.

Door nog veel meer olijfgaarden komen we uiteindelijk in het dorp Iklaina aan, waar een oude meneer ons de weg wijst naar Gialova. We rijden naar Romanos aan de kust. Het zandstrand is groot en stil. Het wordt begrensd door flinke duinen, we wanen ons aan de Noordzeekust. We zwemmen in het frisse water.

Even verderop aan het strand, in het dorpje Petrochori, is een taverna waar we heerlijk koel onder de druivenranken eten. De wijn van de streek valt niet tegen. Mevrouw kookt en bedient, haar echtgenoot zit binnen achter de kassa. Als extraatje krijgen we een schoteltje peponi (watermeloen).

's Middags maken we een rondje door de omgeving: Romanos, Tragana op de heuvel, Vromoneri aan de kust (met idyllische, diepgelegen baai met parasols en taverna), Pygadia met ontelbare olijfbomen. Verder omhoog naar Gargaliani, een druk stadje met een groot plein, waar we brood en bananen kopen die we in de auto opeten, zo'n honger hebben we.

Een ander mooi zandstrand in de omgeving ligt aan een halfronde baai, de Baai van Voidokilia, gedeeltelijk afgesloten van de zee. Dit is waarschijnlijk de plaats van het 'zanderige Pylos' waar Homeros het over heeft in de Odyssee. Aan de zuidkant van de baai liggen zoutpannen in een lagune. Hier leven 245 vogelsoorten en zeeschildpadden en er zijn plannen deze lagune tot beschermd gebied te verklaren.

Pylos

Schitterend uitzicht op de Baai van Navarino

Pylos is een aardig stadje, levendig door de grote (marine)haven. In de straten die naar boven lopen staan veel klassiek aandoende huizen. Pylos kijkt uit op de Baai van Navarino. Daar is in 1827 een belangrijke zeeslag gevoerd in de Griekse onafhankelijkheids- oorlog.

De strijd tussen Turkije/Egypte en Griekenland werd in het voordeel van de Grieken beslecht toen Engeland, Frankrijk en Rusland op 20 oktober met een vloot van 27 schepen de Grieken in de baai van Navarino te hulp schoten. 6000 Turken en Egyptenaren verloren het leven. De baai wordt gedeeltelijk van zee afgesloten door de Sfakteria-eilanden, die onbewoond zijn.

Het grote plein 'Ton Trion Nafton' (genoemd naar de drie admiraals Codrington, De Rigny en Von Heyden van de slag bij Navarino) is bezaaid met terrassen onder de grote platanen.

's Middags bezoeken we het fort, Neokastro. Het is een goed intact gebleven Turks fort uit 1573. Schitterend uitzicht op de baai en verderop de Middellandse Zee. Midden op het fort staat een Byzantijns kerkje dat vroeger een moskee was. Het wordt gerestaureerd, dus we kunnen nu niet naar binnen. Er is ook een citadel met uitkijkposten en er worden nog gedeelten gerestaureerd.

Het kleine museum is een juweeltje. Het bevat een bijzondere verzameling schilderijen en andere kunstuitingen over de Griekse vrijheidsstrijd aan het begin van de 19e eeuw en over de filhellenen, de buitenlanders die voor de Griekse zaak kwamen vechten. Op een van de schilderijen zien we 'O Lordos Viron' oftewel de Engelse dichter Lord Byron, die in Griekenland overleed, drie jaar voor de slag in de Baai van Navarino.

Beneden drinken we een espresso op het plein en kijken hoe de straat eromheen van nieuw asfalt wordt voorzien.

Een man met dikke handschoenen aan heeft een plastic gieter met vloeibare teer, een shovel brengt asfalt en een klein walsje drukt het aan. Ze werken alleen in het gedeelte van de straat dat in de schaduw ligt. Het is zeker 30 graden.

Een politieagent zorgt ervoor dat het gedeelte dat aan de beurt is vrij van auto's wordt gemaakt. Het duurt even voor hij alle eigenaars heeft opgespoord. Hoewel het verboden is daar te parkeren, worden de autobezitters niet bekeurd of beknord. De agent is vriendelijk, iedereen lijkt vol begrip te zijn voor elkaar.

's Avonds zitten hele families op het middengedeelte van het plein en er zijn kinderen aan het fietsen, ballen en rennen. Er is ook een soort speeltuintje. Populair is een vliegtuig waarop 'Greek Airforce' staat en een treintje uit Santa Fe.

Tussen Pylos en Chora liggen de opgravingen van het Paleis van Nestor, een Myceense koning die ook aan de oorlog tegen Troje deelnam. Hij maakte van Pylos een van de bloeiende centra van de Griekse wereld.

Het grootste gedeelte van de opgravingen ligt onder een afdak van golfplaten om het te beschermen tegen zon en regen. Er zijn ruim vijftig kamers opgegraven in twee etages. Daarvan zijn nu alleen de lage muurtjes nog te zien. In een ruimte die vroeger badkamer was staat nog een badkuip. Een volwassene zou er nu niet in passen.

We rijden door naar Chora, waar het archeologisch museum staat. Hier zijn de vondsten uit het paleis van Nestor tentoongesteld. Een aardig museum, niet te groot, met mooie armbanden en andere sieraden, zwaarden en een enorme hoeveelheid schaaltjes, bakjes en kommetjes.

Messene en Arkadië

Loofbomen, dennen, bergen en bijna niemand te zien

Van Pylos rijden we naar het oosten door ruig heuvellandschap. Bij het dorp Mavromati ten noordwesten van Kalamata liggen de overblijfselen van het antieke Messene uit de vierde eeuw v. Chr. Samen met Argos en Megalopoli vormde die stad een verdedigingsgordel tegen de Spartanen.

In Mavromati is het café nog gesloten. We rijden naar beneden en parkeren de auto in de schaduw onder een moerbeiboom. Het is al heel warm. We lopen van olijfboom naar olijfboom vanwege de schaduw. Toch bezichtigen we ook het boomloze terrein van de agora (markt) en de stoa (zuilenrij), waar veel van over is.

Aan het stadion wordt druk gewerkt. Een warm karwei. De mannen dragen zonnehoeden. Met kruiwagens worden vrachtjes aarde naar boven gereden, waar de grond wordt onderzocht en gezeefd. De tribunes van het stadion worden recht gelegd. Er zijn wat toeristen, maar het is niet te geloven dat bij zo'n grote opgraving zo weinig mensen zijn.

We rijden door de Arkadische poort richting Megalopoli. De poort was ooit onderdeel van een 8 km lange stadsmuur, waarvan nog resten te zien zijn.

Van Mavromati rijden we door het Ménalo-gebergte in Arkadië naar Megalopoli en Tripoli, maar daar verdwalen we, op zoek naar de weg naar Vitina. Een soldaat bij de kazerne heeft geen idee waar Vitina ligt, maar een meisje bij een benzinepomp gelukkig wel. Loofbomen, dennen, bergen, het doet Zwitsers aan, heel kleine dorpjes, bijna niemand te zien, prachtig landschap.

In Vitina, dat op 1040 m ligt, ligt iedereen nog op één oor. Het is siëstatijd. We vinden in hotel Menalon een onberispelijke kamer en dito badkamer, bijna on-Grieks, er staat niks scheef, alles werkt, niets lekt en het douchegordijn is groot genoeg.

's Winters kun je hier skiën. In de zomer komen hier veel Grieken de koelte opzoeken. Die koelte valt vandaag tegen, al is het niet zo warm als aan de kust. Op het plein bij de kerk zit een groep Grieken die een uitje hebben met de bus en een ijsje eten.

Om 21 uur zijn de straten van Vitina leeg. Wij zouden niet weten wat je hier langer dan een dag kunt doen, hoewel de omgeving prachtig is. Groene bergen, veel loofbomen, maar geen enkele wandeling uitgezet. In het hotel kijken ze ons bevreemd aan als we naar wandelroutes informeren.

Diakofto

De weg kronkelt adembenemend mooi en steil naar beneden

We rijden van Vitina naar Diakofto aan de noordkust van de Peloponnesos. Het landschap is schitterend, weiden, bergen en loofbomen. Vanuit Vitina rijden we eerst tien kilometer naar het noorden. Dan slaan we linksaf richting Patras en net voorbij de grens met Achaia rechtsaf naar Kleitoria.

Prachtige vergezichten op dalen en hoge bergen. Heel weinig verkeer. In Kleitoria, een grote bedrijvige plaats, geen toerist te zien, stoppen we voor een frappè op een terras met louter mannen vlak bij een lelijke kerk. We lopen even rond en zien twee monumenten naast elkaar op het plein, een voor de gevallenen van 1829-1945 en een voor de gevallenen van 1945-1949 (de burgeroorlog).

We rijden verder naar Kastria, geen mens te zien. In Lousi laten we de archeologische sites voor wat ze zijn, maar het landschap is een van de mooiste die we hier in de Peloponnesos gezien hebben. Op de achtergrond staat de berg Helmos, 2340 meter hoog, de top nog in de sneeuw.

Vlak voor Kalávrita staat een monument ter herinnering aan 13 december 1943. Op die dag werden 1300 jongens en mannen door de Duitsers als vergeldingsmaatregel doodgeschoten, waarna Kalávrita werd platgebrand.

Er staat een groot kruis, en verder muren met de namen van de slachtoffers erop, waarbij veel jongens van 13-18 jaar.

Verderop, voordat we afdalen naar Diakofto, eten we in een taverna met een balkon boven het dal. Prachtig uitzicht, we 'hangen' boven het landschap. Na het eten volgen we de weg die kronkelend naar beneden loopt, naar de kust bij Diakofto, adembenemend mooi en steil.

In Diakofto, een flinke plaats die door de spoorlijn in tweeën gedeeld wordt, vinden we een hotel met airco en een zwembad. Dat hebben we hier wel nodig, want het is erg warm. Binnen 10 minuten liggen we in het water.

Na een uurtje gaan we het dorp in. Eerst denken we nog dat de bergen de verkoelende wind tegenhouden, maar later begrijpen we dat dit een hittegolf is. We lopen het hele dorp door, zwetend als otters, terwijl het al avond is. Veel huizen zien er verlaten uit, het lijken tweede huizen, ze zijn ommuurd of hebben een alarmsysteem. Waarschijnlijk vieren veel Grieken hier hun vakantie in augustus.

Kalávrita

Langs de Vouraikos-kloof met de woest stromende rivier

We stappen de volgende ochtend in het tandradtreintje naar Kalávrita. De eersteklas plaatsen zijn helemaal voorin bij de machinist, maar het bankje waarop we gaan zitten staat met zijn rug naar de rijrichting, dus we zitten wat ongemakkelijk scheef en moeten ons omdraaien om vooruit te kunnen kijken. Wie 2e klas zit heeft beter zicht.

Prachtige tocht omhoog, het gaat vrij langzaam. We rijden langs de Vouraikos-kloof met de woest stromende rivier. Hoge bergen aan weerskanten.

Onderweg is een stop bij Kato Zachlorou, van waar je een wandeling van een uur door de bergen kunt maken naar het klooster van Mega Spilio. Na vijf kwartier komen we in Kalávrita aan. We bekijken de kerk van buiten (de linker klok staat op 14.34 uur, het tijdstip dat de moord op de inwoners in 1943 begon). Het is een vriendelijk, schaduwrijk en groen stadje dat ingesteld is op dagtoeristen. Halverwege de middag stappen we weer in de trein voor de afdaling naar Diakofto.

Korinthe

Hoog op een heuvel ligt de akropolis

Het is weer heet en er staat geen zuchtje wind. We rijden in oostelijke richting langs de kust van de Peloponnesos, links van ons de Golf van Korinthe.

We nemen de oude weg die de kust volgt. We komen door dichtbevolkte dorpjes, erg Grieks, geen toeristen, maar wel toeristisch ontwikkeld. Er is veel luxe zo te zien, maar weinig sfeer. De spoorlijn naar Athene loopt langs de weg. Voorbij Kiato wordt het landschap rommelig, met veel industrie.

Als we in Korinthe aankomen, is het te warm om iets te gaan bekijken. We zien vanuit de auto twee grote zuilen staan, maar hebben niet de moed om uit te stappen in de hitte.

Wel rijden we even naar boven, waar hoog op een heuvel Akrokorinthe ligt, de akropolis van Korinthe. Daar heb je uitzicht op de Korinthische Golf en de vlakte ervoor.

Nafplio

Het is zelfs te warm om een hotel te zoeken

We rijden verder over de snelweg naar Nafplio. De temperatuur is intussen opgelopen tot 40 graden. Alle raampjes staan open, maar het lijkt of er een heteluchtkanon de auto in blaast. In Nafplio is het zelfs te warm om een hotel te zoeken. Dan maar naar de kust bij Drepano.

Drepano stelt weinig voor, maar heeft wel een hotel met zwembad en airco. Eerst houden we siësta met een ronkende airco op de achtergrond, dan duiken we het zwembad in. Achter het hotel is een smal kiezelstrand dat heel langzaam in de lauwe zee afloopt.

's Avonds rijden we naar Nafplio om te eten. Nafplio is een van de mooiste steden van Griekenland. Het was een tijd door de Venetianen bezet, die het Napoli di Romania noemden. Het stadje was de eerste hoofdstad van Griekenland en heeft misschien daarom ook een beetje een voorname sfeer.

Er is een boulevard met uitzicht op het vestingeilandje Bourtzi, het grote Palamidifort op de berg, kleine steegjes, mooie Venetiaanse en klassieke huizen. We eten bij een restaurant op de Bouboulinas gevulde pijlstaartinktvis en gegrillde vis, en drinken een espresso op het sfeervolle, met marmer betegelde Sindagmaplein. Langs de randen staan een oude moskee (eens de zetel van het eerste Griekse parlement, nu een theater), wat winkels en veel restaurants.

Langs de oostkust van Arkadië

Eigenlijk vragen we om een zonnesteek

We rijden langs de rustige oostkust naar het zuiden. De weg kronkelt hoog boven de zee. De dorpen hier bestaan vaak uit een boven- en benedendorp. Aan de naam van het benedendorp is dan 'Paralia' toegevoegd (strand). De dorpjes zijn heel rustig en aan de kust liggen soms kleine strandjes.

De kale rotsen lopen steil naar de kust af en na veel bochten zien we diep beneden ons de zee. Astros (met Paralia Astros) is een van de grotere dorpen. Daarna volgen Agios Andreas, Tyros (met Paralia Tyros) en ten slotte Leonidio en Plaka.

Bij Tyros dalen we af naar de kust en bekijken Paralia Tyros. Eigenlijk zoeken we verkoeling, want er heerst nog steeds een hittegolf. Het dorp ziet er aardig uit, veel appartementen te huur, de meeste staan leeg. Toch rijden we eerst even door naar Plaka, maar het is ons daar te klein en te benauwd. De weg langs de kust houdt bij Plaka op, via het Parnon-gebergte loopt een weg naar Geraki.

Terug naar Paralia Tyros. In de gloeiende hitte bekijken we een paar appartementen langs de boulevard. Eigenlijk vragen we om een zonnesteek. We vinden er uiteindelijk eentje met een groot balkon in de schaduw. We slepen de tassen de trap op en vallen oververhit op de bedden. Het duurt een paar uur voor we iets zijn afgekoeld.

Om vijf uur wagen we ons naar buiten, snakkend naar een verkoelende duik in zee. Er is een klein kiezelstrandje aan de boulevard. Het water is wel even lekker, maar koelt niet echt af. We voelen er niet veel voor hier het eind van de hittegolf af te wachten en besluiten de volgende morgen naar Kardamili aan de zuidkust te rijden, waar we al eens eerder geweest zijn.

Als we 's avonds terugkomen op de kamer is het er zo heet, dat we direct weer de zee opzoeken en wat heen en weer lopen over de boulevard. Om half twaalf wagen we het nog eens. Het gaat net, we douchen om nog wat verder af te koelen.

Parnon-gebergte

De berghellingen zijn afwisselend kaal en groen

Vroeg in de morgen rijden we eerst naar Leonidio, een karakteristiek Grieks dorp: nauwe straatjes, witte huizen, veel tuinbouw in de delta van de rivier de Dafnon. Na Leonidio rijden we het Parnon-gebergte in. We rijden langs diepe kloven, de berghellingen zijn afwisselend kaal en groen.

We zien de thermometer in de auto langzaam dalen naarmate we hoger komen. In het bergdorp Kosmas is het plotseling koel: maar 23 graden. Heerlijk! Het ligt dan ook behoorlijk hoog. We stappen uit en krijgen het haast koud. Kosmas heeft een prachtig centraal plein met enorme platanen die voor schaduw zorgen. Na een broodje en koffie rijden we de bergen uit, naar Geraki en Skala, waar het wat warmer is, maar niet echt heet.

Gythio

Een woeste bergstreek met aan de kust wat dorpen

Gythio is een flink plaatsje en het ziet er aantrekkelijk uit. Veel restaurantjes langs de haven. Op het kleine eiland Marathonisi, dat met een dam verbonden is met het vasteland, brachten Paris (de zoon van de koning van Troje) en Helena (de vrouw van Koning Menelaos van Sparta) volgens de legende hun ooit eerste liefdesnacht door.

Voorbij Gythio is bij Mavrovouni een enorm zandstrand met veel campings. We komen bij de Mani, een woeste, verlaten bergstreek met vooral aan de kust wat dorpen. Itilo ligt aan een prachtige baai met azuurblauw water.

De kust is hier schilderachtig en we rijden over een van de mooiste wegen van de Peloponnesos. Rotsen, olijfbomen, beneden ons de zee. We komen in de middag in Kardamili aan. De hittegolf is kennelijk over, want het is niet meer zo warm.

Kardamili

Gladiolen en dahlia's staan in lege olieblikken

In een restaurant aan het grote strand lunchen we midden in een olijfboomgaard, ronde tafels, groene en gele (Griekse) stoeltjes, grind op de grond. Het is druk omdat het weekend is, er zijn veel Grieken die van het strand komen. We eten choriatiki, zucchini balls en tzatziki.

's Avonds smeren we ons in met anti-mug en eten op een prachtig terras vlak aan zee, gladiolen en dahlia's staan rondom in lege olieblikken. Plotseling valt het licht uit en er verschijnen kaarsen op de tafeltjes. Heel romantisch. Na de maaltijd lopen we terug door de met kaarsen verlichte hoofdstraat. Net als we in het appartement zijn gaat het licht weer aan.

De volgende ochtend is het koel en bewolkt. Met de auto rijden we een stukje de bergen in naar Petrovouni en Agia Sofia. Vandaar hebben we een mooi uitzicht op Kardamili en de zee. De lucht is dreigend, met zwarte wolken. Agia Sofia heeft een mooi, verlaten kerkje op een heuveltop.

Terug in Kardamili zien we bij de kerk een optocht aankomen. Dat blijkt een bruiloft te zijn. De bruidegom komt het kerkplein op lopen, met aan weerszijden arm in arm twee oudere mannen (vader en schoonvader?) en daarachter familieleden die een lied zingen. De bruidegom heeft een boeketje in zijn handen. Er zijn heel veel gasten op het kerkplein, allemaal piekfijn gekleed.

De bruid komt uit Exochori, de bruidegom uit Neochori, horen we, twee plaatsjes in de buurt. Na een half uur komt ook de bruid aan de arm van haar vader, gevolgd door familie. Daar wordt niet bij gezongen. Alles wordt op film vastgelegd met een reusachtige camera.

Aan het eind van de middag lopen we naar Oud Kardamili. Het is er nogal een troep, want er wordt het een en ander gerestaureerd. Kardamili was in de oudheid de haven van Sparta. De Turken zijn hier niet geweest, want de Manioten (de bewoners van de Mani) verdedigden hun land met succes. In het oude Kardamili staat een Byzantijns kerkje, een torenhuis en wat andere huizen in maniotische stijl die nu opgeknapt worden.

Aan de kust van de Mani

Op het grote keienstrand is het rustig

Op het grote keienstrand is het rustig. Na een uurtje komen de Grieken. Een oudere mevrouw groet ons vriendelijke en als ze de zee in loopt roept ze tegen ons 'pagomeni, pagomeni' (ijskoud).

Verderop aan de kust naar het zuiden ligt eerst Stoupa, een onaantrekkelijk dorp met veel appartementen en een paar mooie zandstranden. Dan komt het vissersplaatsje Agios Nikolaos, dat er authentiek en sfeervol uitziet. Er is een kleine visafslag, waar maar erg weinig vis verhandeld wordt.

We lopen richting Agios Dimitrios langs de kustweg. Even verderop ligt een baai met zandstrand. We lopen verder richting Pigi, maar na een paar kilometer klimmen loopt de weg dood.

Terug in Agios Nikolaos lopen we nog even door het dorp en eten 's avonds in een taverna langs de kade waar de tafeltjes op straat staan.

De volgende dag rijden we door de heuvels naar Kalamata. Onderweg naar het vliegveld drinken we bij een kafeneion nog een laatste frappè. Voor het cafeetje staan twee reusachtige potten met basilicum, de planten zijn wel een halve meter hoog. We hebben nog nooit zulke grote struiken en zulke grote bladeren gezien. Een mooi eindpunt van de Peloponnesos.

Reizigers informeren reizigers
Hopelijk vind je dit reisverslag inspirerend en behulpzaam bij het voorbereiden van je vakantie. Alle reisverslagen op deze site zijn geschreven door reizigers zoals jij en ik. Draag een steentje bij en maak ook een verslag van jouw reizen. We mailen je graag wat tips & aanwijzingen voor het schrijven van een reisverslag voor Anders Reizen.
Anders Reizen Nieuwsbrief
Voortdurend worden nieuwe reisverslagen aan het reismagazine toegevoegd.
Blijf op de hoogte en abonneer je op de gratis Anders Reizen Nieuwsbrief
Goedkope huurauto
Djoser Kras
Anders Reizen - Vakantie buiten de gebaande paden

Reisverslagen Griekenland | Vakantie Griekenland boeken