Het magische oerlandschap

Fly-drive langs de zuidwestkust van IJsland

Net buiten Keflavik sta je op Reykjanes al tussen de pruttelende modder­poelen. Om de hoek liggen de geisers Gullfoss en Geysir en de water­vallen in Þingvellir. Nog meer watervallen vind je o.a. in Þjórsárdalur en Skaftafell. Rond Mýrdal wachten vulkanen onder gletsjers op de volgende eruptie. Gletsjer­meer Jökulsärlón vormde met zijn drijvende ijsschotsen het decor van menig film. Voor het oerlandschap moet je op IJsland zijn.

Reisverslag en foto's: Ronald Wilfred Jansen

Reykjanes

Modderpoelen en heetwaterbronnen

In drie uur vlieg ik vanaf Schiphol naar Keflavik op IJsland. Ik kom dan in een heel andere wereld. De internationale luchthaven op het schiereiland Reykjanes, 50 kilometer ten zuidwesten van de hoofdstad Reykjavik, ademt een gemoedelijke sfeer.

Het is hier niet zo druk en jachtig als op Schiphol en de koele architectuur bevalt mij wel. Mooi zijn de glas-in-lood-ramen in de dakramen van de terminal, afkomstig uit Breidfjörd.

Opvallend zijn ook de vier aluminium beelden, geplaatst op sokkels van basalt, genaamd Directions. Het zijn identieke beelden van mensen die in de vier windrichtingen kijken, gemaakt door Steinunn Thorarinsdottir. Ze staan er symbool voor dat je vanaf het vliegveld alle richtingen op kunt.

Ik kies een zuidelijke koers. Het is fris in oktober en dat bevalt mij wel. Ik houd niet van de hitte en de stadsdrukte. Reden voor mij om een bezoek te brengen aan het magische oerlandschap van IJsland, waar ik veel foto's van wil maken. Ik vind dat landschap meteen al in het geothermische gebied van Krýsuvík in het zuiden van Reykjanes. Het ligt in het breukgebied van de Midden-Atlantische Rug, die dwars door IJsland loopt.

Krýsuvík bestaat uit verschillende geothermische velden, zoals Seltún. Hier hebben zich modderpoelen en heetwaterbronnen gevormd en is de ondergrond gekleurd in felgele, rode en groene tinten. De kleuren lijken wel wat op het mos dat nu welig tiert op IJsland. Het is bewolkt weer. En miezerig. Het licht is zacht.

Tussen 1722 en 1728 en in de 19e eeuw werd in Krýsuvík veel sulfiet gedolven. Sulfieten worden onder meer gebruikt als conserveringsmiddel. Overal waaiert de stoom naar boven. Typerend is de zwavellucht (rotte eieren-geur) die bij dit soort bronnen hangt. Het geeft aan dat de bodem in IJsland erg actief is. De zwavelgeur is (meestal) niet schadelijk voor mensen.

Lopend op vlonders kan ik het gebied goed bekijken. Het is gevaarlijk om je buiten de gebaande paden te begeven. Je kunt dan wegzakken in de hete, klevende modder. Bovendien kun je dan schade toebrengen aan de omgeving.

Gullfoss en Geysir

Regelmatig spuiten de geisers meters hoog

Onderweg naar de Golden Circle, de rondreis langs Gulfoss, Geysir en Þingvellir, bezoek ik kort de witte kerk Skalholt. Mooi is het glas-in-lood van binnen. De kerk staat op een heuvel en ik heb er een mooi uitzicht over het desolate landschap.

IJsland is vooral beroemd om haar watervallen. Ik bezoek eerst de Gullfoss. Deze waterval ligt in de Hvítá, de witte rivier. Het donderende geraas van de waterval is al van grote afstand te horen. In twee trappen stort het water ruim 30 meter naar beneden.

Er loopt een omheind pad langs de waterval. Deze omheiningen zijn er niet voor niets. Het is erg gevaarlijk om te dicht bij de klifranden te komen. Deze kunnen afbreken of je kunt uitglijden en in de diepte storten. Goede bergschoenen geven voldoende grip op de bodem.

Boven aan de Gullfoss is er een mooi uitzicht op de kloof waarin het water zich stort. Aan de andere zijde is een groot deel van de wild stromende rivier goed zichtbaar. Het water baant zich een weg door de rotsblokken. Aan de wanden van de waterval zit rijp. De temperatuur is rond het vriespunt.

De waterval veroorzaakt veel stuifwater dat afhankelijk van de windrichting naar de toeristen blaast. Ook hier is de natuur nog ongeschonden en ook deze waterval is niet opgeofferd aan het opwekken van hydro-elektriciteit. IJslanders zijn zuinig op hun natuur. Het opwekken van stroom gebeurt op IJsland o.a. door met warm water uit bronnen in vulkanisch actieve grond turbines aan te drijven.

In de nabijheid van Gullfoss liggen velden met veel actieve geisers. De bekendste zijn de Geysir en de pal ernaast gelegen Strokkur in het Haukadalur. Regelmatig spuiten de Geysir en de Strokkur meters hoog heet water naar boven. Welke van de twee geisers het meest actief is en het hoogst spuit wisselt van tijd tot tijd. Ze spuiten recht naar boven en het publiek kan er vlakbij komen zonder geraakt te worden door het hete water. Tussen de heuvels kun je naar boven lopen naar een plek waar stoom uit de grond komt.

Þingvellir

Kraamkamer van democratie en christendom op IJsland

Hierna ga ik naar het nationale park Þingvellir, op 50 km ten noordoosten van de hoofdstad gelegen in een verzakking van de Midden-Atlantische rug, waar de Euraziatische- en de Noord-Amerikaanse plaat langzaam uiteen schuiven, hetgeen aanleiding kan geven tot aardbevingen.

IJsland heeft het oudste parlement ter wereld, de Alþing (Althing), die in 930 in dit dal werd opgericht. Het kerkje van Þingvellir ligt in de kloof Almannagjá, waar men in het jaar 1000 voor heel IJsland het christendom heeft aangenomen. En ook daarna is het een belangrijke plaats voor IJsland gebleven. Op 17 juni 1944 verklaarde IJsland zich in Þingvellir onafhankelijkheid van Denemarken en in 2000 werd hier het 1000-jarig bestaan van het christendom op IJsland herdacht.

Rondom het kerkje liggen mooie meertjes. In Þingvellir bezoek ik de Öxarárfoss (Bijlrivierwaterval), een 20 meter hoge waterval, die gevoed wordt door de rivier Öxará. In het ijskoude water van het meer Drekkingarhylur bracht men veroordeelde vrouwen door verdrinking ter dood.

IJsland heeft een mysterieuze geschiedenis met sagen, legenden, bijgeloof en mysteries.

Þjórsárdalur

Watervallen, meertjes en basaltblokken

Zo'n 50 kilometer ten noordwesten van Gullfoss ligt in het Þjórsárdalur de oude Vikingboerderij Stöng. Omdat IJsland zo onherbergzaam was duurde het lang voordat het permanent werd bewoond. In 874 vestigde het Vikingstamhoofd Ingólfur Arnarson zich op IJsland. Veel originele bouwwerken werden in 1104 vernietigd door de uitbarsting van de vulkaan Hekla.

Stöng raakte bedolven onder het as en werd pas in 1939 weer opgegraven. Tien kilometer naar het zuiden werd een reconstructie van de boerderij gebouwd die toegankelijk is als boerderijmuseum. Het merendeel van de huidige IJslanders stamt af van de Vikingen, die zich mengden met Schotse en Ierse immigranten.

Na het bezoek aan de boerderij wandel ik door het gebergte en heb van boven een mooi uitzicht op het gebied Gjáin. Gjáin (letterlijk: de kloof) is een vallei met vele kleine watervallen, meertjes en vulkanische structuren, vooral basaltblokken.

Mooi is dat de herfstkleuren in oktober zo schitteren in de struiken en boompjes op de berghellingen. Na veel klim- en klauterwerk kom ik beneden in het dal waar ik mooie foto's maak van de wilde rivier. De wandeling vind ik zwaar omdat ik mijn fotoapparatuur en statief met mij meesleur.

Hjálparfoss is makkelijk te bereiken, via een onverharde weg. Niet de grootste waterval van IJsland, maar daarom niet minder fraai. De breed stromende waterval eindigt in een helder meer. Er ligt rijp aan de zijkanten van de waterval. Ook hier zie ik de mooie herfstkleuren in de struiken tegen de rotswanden.

De echte doorzetter kan in 5 uur tijd naar de Háifoss (hoge waterval) lopen die met zijn 122 meter hoogte tot een van de hoogste watervallen van IJsland behoort. De weg ernaartoe is alleen geschikt voor auto's met vierwielaandrijving . Ik kies voor de auto, ook uit tijdgebrek, maar vooral om veiligheidsoverwegingen. Ik loop niet graag alleen in dit gebied. Mijn mobiele telefoon heeft vaak geen bereik tussen de bergen en dalen. De IJslanders hebben een speciale antenne op hun auto om de bereikbaarheid te vergroten. Bij pech onderweg helpen ze elkaar altijd. Onverantwoorde toeristen willen nog weleens een 'spannende' zijweg nemen en komen dan vast te zitten met hun auto.

In een weiland fotografeer ik een aantal IJslandse paarden. De paarden zijn nieuwsgierig en komen naar mij toe. Voeren doe ik ze niet. De paarden moeten wel sterk zijn. Het is erg koud en de wind waait in het open, glooiende landschap. Er is geen beschutting.

IJslandse paarden beheersen een speciale loop zonder zweefmoment, de tölt genoemd. Hoe comfortabel dat is wordt tijdens demonstraties getoond door ruiters die de teugels in de ene hand houden en in de andere een vol glas bier, waaruit niets wordt gemorst.

Skaftafell

Ooit waren dit de kliffen van de IJslandse kust

Ik reis verder naar het nationaal park Skaftafell, tussen Kirkjubæjarklaustur en Höfn, dat sinds 2008 samen met het in het noorden gelegen nationaal park Jökulsárgljúfur en het omliggend gebied deel uitmaakt van het nationale park Vatnajökull. Dit omvat nu de complete Vatnajökull-gletsjer en het omliggende gebied.

Ook Skaftafell is rijk aan watervallen. De 60 meter hoge Seljalandsfoss ligt vlak bij de ringweg rond IJsland. Met donderend geraas landt het water van de waterval in een meertje. Via een trap heb ik zicht op de bovenzijde van de waterval.

Er komt zoveel stuifwater mijn kant op dat mijn cameraobjectief al snel nat wordt. Via een glibberig pad kun je ook achter de waterval lopen.

Evenals de 15 kilometer verderop liggende Skógafoss stroomt de Seljalandsfoss over wat ooit de kliffen van de IJslandse kustlijn waren. Door vulkanische activiteit groeit IJsland nog steeds.

Bovendien drijven de Euraziatische- en de Noord-Amerikaanse plaat aan weerszijden van de Midden-Atlantische rug ieder jaar 1 tot 2 centimeter uit elkaar. En dan komt IJsland ook nog eens in zijn geheel omhoog doordat er door de eeuwen heen een steeds minder dik pak ijs op drukt.

Nabij de Seljalandsfoss liggen nog een paar watervallen, waarvan de Gljúfursárfoss (kloofrivierwaterval) de mooiste is omdat die in een door bosjes verscholen kloof valt. De Seljalandsfoss wordt 's nachts verlicht, wat een surrealistisch beeld oplevert.

Staand bij de Seljalandsfoss kun je bij helder weer de Westmaneilanden zien. Deze Vestmannaeyjar en de gelijknamige stad liggen zo'n 11 km voor de zuidwestkust van IJsland.

De volgende waterval is de Svartifoss die zich over kolommen van zwart basalt omlaag stort, vandaar zijn naam: zwarte waterval. Vanaf de bovenzijde heb ik een mooi zicht op de holle inkeping van de waterval in de rotsformatie.

Er ligt sneeuw en ijs op de paden dus het is oppassen voor gladheid. De herfstkleuren van de boompjes en de vele kleuren mos contrasteren mooi met de witte bergtoppen. Het lijkt wel of er in oktober twee jaargetijden door elkaar lopen: herfst en winter.

Mýrdal

Onder de gletsjers wachten vulkanen op de volgende uitbarsting

Direct aan de kust ligt het dorp Vík, voluit Vík í Mýrdal, de meest zuidelijk gelegen plaats van IJsland. Nergens in IJsland valt meer neerslag dan bij dit dorpje met nog geen driehonderd inwoners. Vík ligt aan een zwart strand van vulkaanzand dat mooi contrasteert met het witte schuim van de branding.

Ten westen van Vik liggen in de oceaan de Reynisdrangar, eveneens zwarte, 66 meter hoge basaltzuilen die restanten van vulkanen zijn.

Iets ten noorden van Vik ligt de gletsjer Mýrdalsjökull bovenop de actieve vulkaan Katla, waarvan de krater een diameter van tien kilometer heeft. Iets westwaarts ervan ligt de kleinere gletsjer Eyjafjallajökull met een oppervlakte van ongeveer 100 km2, ten noorden van het plaatsje Skógar.

Vaak is het muisstil in dit landschap. Soms is dit slechts stilte voor de storm. In 2010 vonden hier twee uitbarstingen plaats, waarvan de laatste zo groot was dat de aswolken het vliegverkeer in Europa dagenlang stillegden.

Langs het pad naar de gletsjer toe zijn enkele bosjes waar ik sneeuwhoenen spot. Ze zijn tot 5 meter te benaderen. Hier wordt niet op de vogels gejaagd, hoewel ze wel op het kerstmenu van de bevolking staan. Er wordt streng toegezien op de jacht. In het meer aan de voet van de gletsjer Eyjafjallajökull liggen mooie ijsschotsen te glinsteren.

De Skógafoss, bij het plaatsje Skógar, is een waterval van 60 m hoog en 25 m breed. Langs de rivierbedding kan je zeer dicht bij de waterval komen. Volgens een oude legende moet hier een kist met goud verborgen zijn. Er komt zoveel water naar beneden dat ik geen zicht heb op de rotsblokken achter de waterval.

Ik bezoek weer iets verder naar het oosten ook een uitloper van de Vatnajökull. Dit is de grootste gletsjer in IJsland. Met een oppervlakte van ongeveer 8100 km2 bedekt die 8% van IJsland met een ijskap die tot 1000 meter dik is. Er loopt een rotspad langs de bergtoppen, met een mooi zicht op de gletsjer aan de overzijde, die is bedekt met sneeuw.

De vulkaan Hvan­na­dal­shnú­kur, met 2109 m IJslands hoogste punt, ligt aan de zuidrand van de Vatnajökull. Ook hier is de aarde in beweging. Vaak op grote diepten, zonder dat we dat direct merken. Soms vinden er vulkaan­uit­barstingen plaats met aswolken en modderstromen.

Jökulsärlón

Het gletsjermeer vormde het decor van menig actiefilm

Het grote ijsbergmeer Jökulsärlón ligt ten zuidoosten van de Vatnajökull in een bijzonder fraaie omgeving. Her en der drijven ijsschotsen die soms uit elkaar vallen door de sterke stroming richting de Atlantische Oceaan. Een brug voor het autoverkeer loopt over het gletsjermeer.

Hopelijk is de brug opgewassen tegen de stroming, want hij trilt behoorlijk als er vrachtauto's overheen rijden.

Bij het naderen van het gletsjermeer zijn veel ijsstukken al afgebroken. Blijkbaar is er geen gevaar voor een enorm groot ijsstuk dat de brug zou kunnen wegvagen. In het blauwe meer zwemmen enige zeehonden. De dieren zijn nieuwsgierig en goed zichtbaar vanaf de kant.

De blauwe hemel met witte wolken en het blauwe schijnsel op het ijs zijn mooi. Door vulkanisch stof zijn sommige ijsbergen grijs en zwart gekleurd. Aan het zwarte strand van de Atlantische Oceaan liggen ijsblokken in de branding van de zee. Deze spectaculaire omgeving is het decor geweest van veel actiefilms, zoals Batman Begins en de James Bondfilms A View To A Kil en Die Another Day.

Het meer Jökulsärlón ontstond pas in 1934 en groeide sindsdien als gevolg van het smelten van de gletsjers tot een oppervlakte van 23 km2 en een diepte van 250 meter. Helaas sterven de gletsjers in IJsland in een rap tempo af door de klimaatwijzigingen. Gelukkig is er nog veel moois te zien in het gletsjermeer.

Het is de moeite waard om een rondvaart te maken tussen de ijsschotsen in het meer. Met een beetje geluk vaar je vlak langs een zeehond die op een ijsschots aan het zonnen is.

Dyrhólaey

Het zuidelijkste puntje van IJsland

Op de terugweg naar het vliegveld bezoek ik nog Dyrhólaey, het zuidelijkste puntje van IJsland.

Ooit was Dyrhólaey een eiland, maar na de laatste ijstijd is de bodem, die eerst door de dikke ijslaag omlaag werd gedrukt, omhoog gekomen. En nu is Dyrhólaey een 120 meter hoge kaap die in zee steekt. Sinds 1978 is het een beschermd gebied vanwege de papegaaiduikers die er nestelen.

Ook huizen er noordse sterns en andere zeevogels. Dyrhólaey is daarom populair bij vogelliefhebbers. In het broedseizoen, van mei tot en met juni, krijgen de zeevogels rust en is Dyrhólaey gesloten voor bezoekers. Oktober blijkt geen goede maand om veel vogels te zien in IJsland. Ik zie vooral zwermen zeemeeuwen.

In de tufstenen kaap zit een groot gat waar boten doorheen kunnen varen. Ooit is er zelfs een vliegtuigje doorheen gevlogen. De gravelweg naar de op een moskee lijkende vuurtoren is steil maar vanaf hier heb je het mooiste uitzicht op het gat in de rots.

Reykjanes

The Blue Lagoon is een grote toeristische trekpleister

Op het schiereiland Reykjanes, waar ook het vliegveld Keflavik ligt, is de reis bijna rond. Voor het meest zuidwestelijke puntje van Reykjanes staat de 52 meter hoge rots Karl in zee, een belangrijk broedgebied van de noordse stern. In een grot van basalt vind ik beschutting tegen de regen. De branding beukt tegen de rotsen. Al snel wordt mijn objectief erg nat en moet ik voor elke opname eerst snel met een doekje het objectief droog maken. Het leven van een natuurfotograaf gaat niet over rozen. Bij helder weer is het eilandje Eldey zichtbaar, dat zo'n 14 km uit de kust ligt en een grote kolonie jan-van-gents herbergt.

Ook op Reykjanes, bij Grindavík, ligt het geothermische bad The Blue Lagoon, één van de grootste toeristische trekpleisters van IJsland. Het kunstmatige meer is in de buurt van de geothermische elektriciteitscentrale van Svartsengi aangelegd in een lavaveld.

De entree is aan de dure kant, ook voor wie alleen het gebouw wil bezoeken zonder een bad te nemen. Het water van ongeveer 40 graden bevat veel mineralen, silicaten en blauwwieren. Het zoutgehalte is ongeveer 2,5%. Mensen smeren zich in met de afzetting op de bodem, die het meer een typische melkachtige lichtblauwe kleur geeft.

Noodgedwongen rijd ik door Reykjavík richting vliegveld. Een soort anticlimax. Het desolate ongerepte landschap van IJsland gaf mij rust. De kleurige huizen met daken van golfplaten wijzen me weer op de beschaving en de waan van alle dag.

IJsland vond ik een bijzondere ervaring. Erg blij was ik met het zien van de groene en rode gloed van het Noorderlicht. De meeste kans om dit poollicht te zien is in de winter met een heldere hemel. De striemende poolwind van IJsland bij nacht nemen we dan maar voor lief.

Reizigers informeren reizigers
Hopelijk vind je dit reisverslag inspirerend en behulpzaam bij het voorbereiden van je vakantie. Alle reisverslagen op deze site zijn geschreven door reizigers zoals jij en ik. Draag een steentje bij en maak ook een verslag van jouw reizen. We mailen je graag wat tips & aanwijzingen voor het schrijven van een reisverslag voor Anders Reizen.
Anders Reizen Nieuwsbrief
Voortdurend worden nieuwe reisverslagen aan het reismagazine toegevoegd.
Blijf op de hoogte en abonneer je op de gratis Anders Reizen Nieuwsbrief
Djoser sawadee
Kras
Anders Reizen - Vakantie buiten de gebaande paden

Reisverslagen IJsland | Vakantie IJsland boeken