Mysterieus Japan

Schrijnen van samoerai-goden, gouden tempels & orchideeën-tuinen

Schrijnen van samoerai-oorlogsgoden, paleizen van shoguns, boeddhistische tempels, Mount Fuji, orchideeën-tuinen en getrouwde rotsen in zee, alles in Japan heeft iets onmiskenbaar eigens. Door dit mysterieuze land reizend kun je bovendien logeren in tempelherbergen, waar je op sokken over rijstmatten loopt en waar de muren van papier zijn.

Reisverslag en foto's: Eric van der Pol & Marian Robbe

Tokio ziet er niet spectaculair uit; snelwegen, soms drie boven elkaar, langs een aaneengeregen lint van bebouwing. Ons hotel ligt in Akasaka, een uitgaansbuurt met veel restaurantjes.

We dwalen wat rond en bezoeken een Pachinko-hal, waar zilverkleurige kogeltjes door een soort verticale flipperkast worden geschoten en via allerlei spijkertjes naar beneden vallen. Het spel maakt al een hoop kabaal en er klinkt bovendien er keiharde house of rockmuziek. Voeg daarbij nog wat mensen met microfoons die van alles omroepen en het beeld van de decibels is compleet.

Kamakura

De saké-vaten blijken offergaven

We gaan op dagexcursie naar Kamakura, dat een tijd hoofdstad van Japan was. Via de Wakamiya-oji, met aan het begin een grote rode torii (toegangspoort), lopen we door een bomenlaantje dat langer lijkt dan het is, omdat het begin veel breder is dan het einde. Via een bruggetje komen we bij de Tsuru Hachiman-Gu schrijn. Hachiman is een oorlogsgod die door de samoerai's werd vereerd.

Bij de tempel ligt een grote stapel saké-vaten, dit blijken offergaven. Ook kun je een gelukslot kopen. Verder zijn er rekken waar je houten plankjes in kunt hangen met je wensen.

Via de Komachi-dori, een straat vol souvenirwinkeltjes, lopen we terug naar het station. In een hotel aan het strand van de Pacific wacht een tempura-lunch. Aan een bakje met een sojasaus voeg je mierikswortel toe, daarin doop je gefrituurde vis en groenten.

Hoogtepunt van de dag is een twaalf meter hoog boeddhabeeld in Daibutsu dat 93 ton weegt. Vroeger stond het in een hal, maar die is door een vloedgolf verwoest.

In de aan Kannon gewijde Hase Kannon-tempel staat een beeld met in de kroon tien kleine kopjes. Verder staan er honderden kleine beeldjes van Jizo Bosatsu, de beschermer van kinderen.

Volgens de gids tooien moeders de beelden met mutsjes en schortjes om de effectiviteit van de bescherming te verhogen. Het ziet er wel raar uit, al die beeldjes met rode mutsjes en slabbetjes; jawel, met Nijntje!

Dynamic Tokyo Tour

Tijdens de theeceremonie moet je zwijgen

De eerste stop van de Dynamic Tokyo Tour is de Tokio-toren. Hij lijkt op de Eifeltoren, maar is knal-oranje en tien meter hoger. Het weer is niet zo best, waardoor het uitzicht tegenvalt. De gids houdt de tijd strak in de hand, een kwartier later staan we alweer bij de bus.

We rijden naar de Happoën-tuin, waar in een groot gebouw veel trouwerijen plaatsvinden; vandaag trouwen er 25 bruidsparen. Een aantal is westers gekleed maar er is ook een bruidje in traditionele kledij.

We nemen deel aan een theeceremonie. Theedrinken was vroeger ter ontspanning en een moment van overdenking, daarom mag er niet gesproken worden. Eerst krijg je een stuk wit papier en daarna worden snoepjes uitgedeeld, omdat de thee zonder melk en suiker wordt gedronken.

Vervolgens wordt de thee met veel ceremonieel klaargemaakt: de instrumenten worden geïnspecteerd en gereinigd. Dan wordt poederthee in een kom gedaan, warm water toegevoegd en met een bamboekwast gemengd.

De eerste kop is voor de belangrijkste persoon, die bij de alkoof zit, ver van de deur. Je neemt de kom in de rechterhand, draait hem met de linkerhand twee slagen met de klok mee en drinken maar. De thee is erg bitter, maar moedig drink ik 'm helemaal op. Daarna veeg je de kom schoon en veeg je je vingers af aan het witte papiertje. Vervolgens draai je de kom twee slagen tegen de klok in en als het goed is staat de afbeelding op de kom weer voor je neus. Aangezien alles zeer rustig gebeurt en het ook verder doodstil is, straalt het iets sereens uit.

Sanja Matsuri-festival

Schrijnen worden onder gejoel naar de tempel gedragen

We maken een boottochtje over de Sumida River. Langs de rivier staan hutjes van plastic; hier leven de zwervers van Tokio. We varen naar de Asakusa Kannon-tempel. Het is de laatste dag van het Sanja Matsuri-festival en er worden 500.000 mensen verwacht.

Kleine schrijnen worden naar de tempel gedragen, de grote schrijnen uit de tempel worden ook getoond. De goudkleurige schrijnen worden onder veel gejoel door een flink aantal sterke mannen op balken naar de tempel gedragen, vooraf gegaan door een kar met muzikanten. Onderweg wordt regelmatig gestopt om de schrijn voor iedereen goed zichtbaar hoog op te tillen.

Het is een gedrang van je welste. Als er weer een schrijn aankomt wordt iedereen tegen de winkeltjes geperst die van de toegangspoort tot de tempel aan weerszijden van de straat staan.

Er valt geen onvertogen woord. Als we ons eindelijk naar de ingang van de tempel hebben geworsteld en alles vanaf de tempel gadeslaan, valt pas op hoe druk het is.

We bezoeken op eigen gelegenheid het Ueno-park, met een aantal musea en een dierentuin. In het park ligt ook een Toshogu-schrijn, aan een laan met 250 stenen en bronzen lantaarnpalen. Op het complex hangen foto's van de aanval op Hiroshima en Nagasaki. De foto's van de slachtoffers zijn gruwelijk. We lopen in ons eentje wat rond in de schrijn. Het is er doodstil, terwijl we midden in Tokio zitten.

Nikko

Het klinkt alsof een draak gromt

We zijn twee dagen in Nikko, dat landinwaarts in de bergen ligt. Eerst bezoeken we de Toshogu-schrijn. Voor het eerst is het zonnig en de rode gebouwen zien er nu een stuk mooier uit. Veel gebouwen hebben bladgoud-decoraties. 15.000 man hebben twintig jaar gewerkt aan dit complex dat door Tokugawa Iemitsu werd opgericht ter nagedachtenis aan Tokugawa Ieyasu, de stichter van het Tokugawa-shogunaat. Er werden 2,5 miljoen bladen goudfolie gebruikt en 530 km balken.

Op een van de gebouwen staan olifanten afgebeeld met oren die op mensenoren lijken. Volgens de gids had men ten tijde van de bouw nog niet zoveel olifanten gezien, vandaar. Er zijn ook giraffen afgebeeld met een erg korte nek en er is een paneel met een typisch Hollands boeket uit die periode. Verder zijn hier de beroemde horen-zien-en-zwijgen-apen.

Bij het betreden van een kamer in het boeddhistische gedeelte, wordt gezegd dat geluk je ten deel zal vallen als je het gegrom van de draak hoort. In de kamer slaat een monnik keihard twee stukken hout tegen elkaar. Het geluid dat langs het plafond resoneert klinkt inderdaad alsof een draak gromt. Morgen komen we hier terug, vindt het Toshogu-Jinja Matsuri-festival plaats.

Over een weg met eenrichtingsverkeer rijdt de bus via haarspeldbochten naar het Chuzenji-meer, hoog in de bergen. Het uitzicht over het meer met daarachter hoge bergen is prachtig. We maken een omweg via een tempel; hier staan kersenbomen in bloei. Vervolgens bezoeken we twee watervallen, de Ryuzen waterval en Kegon waterval. De laatste is vrij hoog en ziet er spectaculair uit.

Rond tien uur de volgende morgen lopen we weer richting Toshogu-schrijn en zoeken een plaatsje waar we alles goed kunnen volgen. Er is een processie van meer dan 1000 historisch geklede mannen, waaronder samoerai's in kleurige kostuums. En natuurlijk zijn de schrijnen van de tempel te zien.

Als de optocht voorbij is lopen we naar de Sacred Bridge en bezoeken de botanische tuin. Er staan veel azalea's in bloei en er zijn mooie uitzichtpunten over de rivier. Lekker lui in het gras zittend kijken we wat om ons heen.

Mount Fuji

Hoge naaldbomen en besneeuwde bergtoppen

Via Tokio zijn we met de bus op weg naar Mount Fuji. Al snel zien we Mount Fuji in volle glorie. Alsof we in Oostenrijk zitten; hoge naaldbomen en een besneeuwde bergtop op de achtergrond.

Bij een station net onder de sneeuwgrens is het uitzicht fantastisch: aan de ene kant Mount Fuji, aan de andere kant kratermeren en in de verte de Japanse Alpen, ook met sneeuw op de toppen.

Na een bezoek aan de vredespagode, een grote witte stoepa met een groot glimmend boeddhabeeld, rijden we naar Lake Ashi. Met de boot gaan we over dit grote kratermeer. Het weer is nog steeds schitterend en in de verte zien we Mount Fuji weer liggen.

Met de Komagatake-kabelbaan gaan we naar een van de hoogste punten in dit bergachtige gebied, Mount Komagatake op 1357 meter. Ook hier is het uitzicht overweldigend. We zien ver beneden ons Lake Ashi liggen en zelfs een stuk van de kust en de oceaan.

Vanuit Odawara gaan we met de bus naar onze kamer in een minshuku, een herberg. Bij de ingang trekken we onze schoenen uit en lopen op slippers verder. We krijgen een mooie kamer met tatami-matten, twee dunne matrasjes op de grond en een lekker groot dekbed. Voor we onze kamer binnen gaan moeten de slippers weer uit. Op de rijstmatten loop je op sokken of op blote voeten. De muren van de kamer bestaan uit twee lagen dik papier met iets van karton ertussen.

We eten echt Japans, natuurlijk moeten eerst de schoenen weer uit. We krijgen een tafeltje midden in het restaurant en zitten op een kussen op de grond. Het enige dat we op het gebrekkig engelse menu herkennen is sukiyaki. We besluiten dat te bestellen.

Er ligt een wirwar aan gasslangen op de grond. Op tafel verschijnt een éénpitsgasfornuis, waarop in een lage schaal wat vet wordt gedaan. Zodra dat is gesmolten wordt het vlees aangebakken, vervolgens worden groenten toegevoegd plus een karaf saké en een karaf sojasaus. Dat moet een tijdje pruttelen. We krijgen een ei en een bakje. Na wat gebarentaal begrijpen we dat het rauwe ei in het bakje moet worden geklutst. Het is de bedoeling het vlees ter afkoeling in het rauwe ei te dopen voor je het opeet.

 

Togendai

Langs een oude weg met cederbomen

We gaan naar Togendai, dat aan een meer ligt, om een mooie oude route te volgen. Met de kabelbaan gaan we omhoog naar Sounzan. Op tussenstation Owakudani stappen we uit. Deze plek is bekend onder de naam 'grote hel'. Er is veel vulkanische activiteit en er zijn veel sputterende warme modderpoelen en stoomgeisers. Het stinkt erg naar zwavel. In een van de dampende meertjes worden rekken met eieren geplaatst. Na een aantal minuten zijn ze gekookt. Van buiten zijn de eieren helemaal zwart en een ei eten in de lucht van rotte eieren lijkt mij ook niet erg aanlokkelijk.

We gaan met de kabelbaan verder naar Gora en Miyanoshita. We lopen daar wat rond en nemen vanuit Togendai de boot naar Hakonemachi. Het is een nagebouwd piratenschip dat natuurlijk weer helemaal vol schoolkinderen zit. Onderweg zien we een mooi hotel in een voormalig kasteel. In het water ligt een grote torii die toegang geeft tot een heiligdom.

In Hakonemachi lopen we naar het checkpoint. De Tokaido Highway was vroeger een belangrijke weg naar Edo (Tokio). Het Hakone-checkpoint is in 1619 gebouwd in opdracht van het Edo-shogunaat en was bedoeld om de invoer van wapens en mensen te controleren. Verderop is een laan met aan weerszijden enorm hoge oude cederbomen, bedoeld om reizigers te beschermen tegen de zon, regen en sneeuw. Zo'n twee kilometer van deze oude weg is behouden. We komen niemand tegen en het is heel stil, we wanen ons in lang vervlogen tijden.

Dogashima

Als het 'prutprutprut' doet kun je het opeten

Via Mishima en Suzenju zijn we in Dogashima gekomen. De rit ging eerst door de bergen, later langs de kust door een aaneenschakeling van dorpen vol hotels met zeezicht.

Dogaschima ligt aan een baai, voor de kust liggen grote rotsen met grotten. We hebben een mooie kamer in een minshuku, met een balkon en uitzicht op de baai. Bij de steiger van de rondvaartboten is het drukte van je welste. Bussen vol Japanse toeristen rijden af en aan. Iedere vijf minuten vertrekt er wel een rondvaartboot naar de grotten.

Voor het eten willen we eerst douchen. De badkamer is ziet er erg authentiek uit. Kiezels op de grond, stukken steen langs de muren en langs het bad een muurtje van grote gestapelde stenen. Na het douchen nemen we een Japans bad. Zolang je stil zit is het uit te houden maar zodra je beweegt lijkt het of je levend wordt verbrand. Als Eric uit het bad klimt, kun je precies zien tot hoever hij in het water heeft gezeten. Hij lijkt wel een gekookt kreeftje.

Enigszins misselijk van de hitte wachten we in onze kamer tot het diner wordt gebracht, drie grote dienbladen met mosselen, rauwe vis, een grote rauwe garnaal, gefrituurde garnalen, gefrituurde inktvisjes, een grote gebakken vis, een eiergerecht in een potje, rijst, thee en soep. En een soort barbecue met vier schelpachtige dingen. We wijzen en kijken vragend wat we daar mee aan moeten. Nou, eerst 'pssst' en als het 'prutprutprut' doet opeten. Dat 'pssst' blijkt het aansteken van een brandertje.

De schelpachtige dingen doen 'prutprutprut' en Eric friemelt net zo lang met zijn stokjes tot het beestje eruit is. Het blijkt een heremietkreeftje met een donker grijs/groen wormvormig aanhangsel. Omdat je alles geproefd moet hebben neem ik een hap, het smaakt niet echt ergens naar.

We kijken wat rond bij het haventje van Dogashima. Hier wordt dus die 'prutprutprut' verkocht. We lopen naar het Dogaschima Orchid Sanctuary, een groot complex tegen een heuvel. In de eerste zaal staan allerlei soorten orchideeën in bloei. Door een mooie tuin lopen we van hal naar hal. Er wordt getoond hoe de zaden worden opgevangen en hoe daaruit weer bloeiende orchideeën worden gekweekt. Verder is er een hal over 'de orchidee in de kunst'. Ook zijn er twee mooie uitkijkposten, die via een hangbrug met elkaar zijn verbonden. Hoog vanaf de berg kijken we uit over Dogashima, de baai en de zee.

Iseshi

De kamer heeft weer papieren wandjes

De minshuku in Kawasaki - een wijk in Iseshi met oude, traditionele huizen en smalle straatjes - ziet er erg oud en authentiek uit. De kamer heeft weer papieren wandjes en schuifdeuren. Je kunt je voorstellen hoe men hier vroeger leefde.

Vanuit de binnenstad is de route al aangegeven naar de Geku, de Toyoukedaijingu of buiten-schrijn, die is gewijd aan Toyouke-no-Omikami, godin voor kleding, eten en onderdak. Volgens deskundigen stamt het complex uit 478. Er staat een aantal houten schrijnen, gewijd aan diverse goden en godinnen. De schrijnen worden iedere 30 jaar op een andere plaats binnen het complex herbouwd.

Naiku, de Kotaijingu of binnen-schrijn, is veel groter. Het complex begint bij de brug over de rivier Isuzu. Daar staat een stalletje waar je amuletten kunt kopen; ter bescherming in het verkeer of voor een gezond en lang leven. Van de schrijnen zelf zien we niet veel. Ze zijn ommuurd en zijn zo heilig dat ze ook niet gefotografeerd mogen worden.

We nemen de bus naar de beroemde Meoto-Iwa in Futami; twee grote door een touw met elkaar verbonden rotsen in zee, die de goden Izanagi en Izanami voorstellen, de scheppers van Japan. Verder zijn er een tempels en schrijnen.

Bovenop een rots is een kleine torii gebouwd. Op sommige plekken slaan de golven over de rotsen, we moeten opletten om niet kletsnat te worden.

Koyasan

Centrum van het shingon-boeddhisme

We gaan richting Koyasan. Het uitzicht tijdens de rit naar Gokurakubashi is fraai. Koyasan ligt vrij hoog en we rijden een hele tijd door de bergen; eindelijk zien we een stukje natuur zonder huizen, golfbanen en dergelijke. Af en toe zien we flarden mist tussen de bergen en het wordt voelbaar koeler. In Gokurakubashi nemen we de kabeltrein, die steil omhoog gaat naar Koyasan. Sommige stukken berg zijn helemaal kaal; aardverschuivingen hebben zelfs grote bomen ontworteld. Verder groeien er veel varens en bamboe.

In Koyasan logeren we in een shubuko, een tempelherberg. De vloer is van hout en de muren weer van papier. Via de schuifdeuren komen we binnen en ook de twee zijwanden zijn schuifdeuren. Denkend dat het kasten zijn, schuift Eric een van die deuren open en komt in de volgende kamer uit! Gelukkig zit er niemand, later blijkt dat hier ons diner en ontbijt worden geserveerd. De tempel heeft geen buitenmuur maar schuifdeuren met glas erin.

Koyasan is bekend vanwege de kloostergemeen- schap die het centrum is van het shingon-boeddhisme. Deze stroming, gesticht door Kukai, kwam in 806 uit China naar Japan.

Met de steun van de toenmalige keizer was het korte tijd de grootste boeddhistische stroming. Vroeger stonden hier meer dan 1500 tempels, nu zijn er nog 120 in gebruik.

We lopen naar het Garan-complex, het religieuze centrum. Hier staat de Kompon Daito, een witgeverfde pagode met knaloranje houtwerk. Vanbinnen is de tempel erg kleurrijk, er staan vijf grote beelden van verschillende verschijningsvormen van Boeddha. Alle pilaren in het gebouw zijn oranje met daarop schilderingen van boeddha-achtige figuren.

De Mieido is een herdenkingshal voor Kukai, later Kobo-Daishi genoemd, een eretitel die 'groot leraar die het boeddhisme verbreidt' betekent. Aan de rand onder het dak hangen allemaal metalen lampions.

Vanaf Daimon, de in 1705 gebouwde toegangspoort tot Koyasan, heb je een schitterend uitzicht over de omgeving. Wij kunnen daar niet van genieten, het is vrij mistig en vochtig.

We lopen terug naar onze tempel. Er zijn redelijk veel gasten, allemaal pelgrims. Vlakbij ligt een grote begraafplaats, daar in het donker over wandelen moet een hoogtepunt zijn. Als we na het eten buiten kijken of het al donker genoeg is, zien we dat het regent.

Het begint ook hard te waaien. Door de schuifwandjes klinkt het gehuil van de wind, de buitenschuifwandjes staan te klapperen. We worden regelmatig wakker van de storm en de regen en zijn blij als we om half zes op kunnen staan.

Om zes uur begint de ochtendmeditatie, die willen we bijwonen. Een vriendelijke monnik opent de deur van de meditatiehal. Er komen nog vier pelgrims en een Nederlands stel binnen. Het gebed klinkt erg melodieus en regelmatig wordt tegen een grote metalen kom geslagen. Er branden alleen wat kaarsen. Het donker, al die goudkleurige voorwerpen, de kaarsen, de gebeden, de wind en de regen maken het een mysterieuze aangelegenheid.

De wind is gaan liggen, gewapend met een regenjack lopen we de begraafplaats op. De mist hangt erg laag, waardoor we de hoge boomtoppen niet kunnen zien. Er staan meer dan 200.000 grafmonumenten, antieke maar ook hele moderne. Hier liggen geen mensen begraven, maar is hun as of een tand of een plukje haar bijgezet in een nokotsudo. Deze stenen grafmonumenten zijn van onder vierkant, vervolgens rond, daarop staan twee omgekeerde piramides en bovenop een halve bol. De onderdelen verbeelden elk een deel van de kosmos: aarde, water, vuur, lucht en ether.

Op een vrij modern gedeelte staat een grafmonument dat bestaat uit een koffiekopje van zo'n meter hoog, zal wel voor een hooggeplaatste medewerker van de koffiefabriek zijn. Verderop staan een raket en meerdere grote ankers. Het ziet er af toe vrij belachelijk uit.

Over de begraafplaats loopt een twee kilometer lang pad met stenen lantaarns. Aan het eind staan bronzen beelden met daarvoor waterbakken. Als je de beelden nat gooit, valt geluk je weer ten deel. Via een bruggetje komen we bij Torodo, een grote hal met 11.000 lantaarns. Ze branden allemaal, twee zelfs al sinds de elfde eeuw, verder is er geen verlichting. Zeker nu het door het slechte weer erg schemerig is, hangt er een mysterieuze sfeer. Een paar pelgrims staan hardop te bidden en er lopen wat monniken rond.

Het verderop gelegen Kongobu-ji is het hoofdkwartier van het shingon-boeddhisme. Een aantal grote kamers heeft mooie schilderingen op de schuifdeuren, vervolgens komen we in een zaal waar een vriendelijke vrouw ons thee aanbiedt.

Terwijl wij een hoekje opzoeken, komt een aantal pelgrims met een gids de zaal binnen. Een monnik in een prachtig paars met wit kleed steekt een verhaal af. De pelgrims knikken, buigen een aantal keren en ter afsluiting wordt gezamenlijk gebeden.

We verkennen het dorpje verder. Het mausoleum van de Tokugawas bestaat uit houten gebouwtjes met veel mooi houtsnijwerk en bladgoud. De mist komt ondertussen van de berg afrollen.

Rond half acht wordt het donker en het is droog. We gaan naar begraafplaats, waar de stenen lantaarns een zachtgeel licht verspreiden. Het lijkt of de tijd hier eeuwen heeft stilgestaan. Toch jammer dat de moderne straatlantaarns met hun felle licht dit deels tenietdoen.

Nara

Symbool is een houten pagode met 5 verdiepingen

Bijna alle tempels en andere bezienswaardigheden van Nara zijn in het park te vinden. In de reisgids lazen we dat we stroopwafels moeten meenemen voor de loslopende herten, die zouden driemaal dankjewel knikken. Nou, dat gelooft toch niemand.

In het park lopen inderdaad herten rond. Verderop staat een kraampje, ik kijk wat daar verkocht wordt. Stroopwafels dus! Sommige herten staan bij het kraampje te wachten en kijken je aan met een blik van 'schiet een beetje op met die stroopwafels'. Japanners en toeristen die stroopwafels kopen worden onmiddellijk door de herten omsingeld. Sommigen zijn zo bang dat ze de stroopwafels de lucht in smijten. Dat drie keer knikken blijkt te kloppen... het is alleen niet om te bedanken maar om die droge koekjes door te slikken.

De Kofuku-ji, de geluk-brengende tempel, is in 669 gebouwd. Vlakbij staat de houten pagode met vijf verdiepingen, het symbool van de stad. Via de Sarusawa vijver en de Kufukji Tempel lopen we verder door het park naar de Todaiji tempel. Door de Nandaimon- toegangspoort betreden we het terrein. In een nis in de poort staan beelden. Eén beeld heeft zijn mond open, de ander gesloten; de ene spreekt de 'a' uit en de andere de 'm', de eerste en laatste letter van het Sanskriet-alfabet.

De Diabutsuden is het grootste houten gebouw ter wereld: 57 bij 50 meter en 49 meter hoog. De dakpannen wegen meer dan twee miljoen kilo. In de hal staat een 21 meter hoog Boeddha-beeld. De ogen zijn meer dan een meter breed, zijn duim anderhalve meter lang. Er is meer dan 430 ton koper in verwerkt en verder tin, kwik en 130 kilo goud. De hal is diverse malen in brand opgegaan en in 1709 herbouwd. Ook het beeld is niet ongeschonden gebleven. Bij een aardbeving viel het hoofd eraf en het hoofd en een hand zijn bij twee branden gesmolten. Desondanks is het een mooi beeld.

In de zaal is een pilaar met een vierkant gat. Wie daar doorheen kan kruipen, krijgt een plaatsje in het paradijs. Alle schoolkinderen moeten dat natuurlijk proberen. En gezien de afmetingen lukt ze dat allemaal.

In het park liggen ook de Nigatsudo- (tweede maand) en de Sangatsudo- (derde maand) tempel. De tweede-maand tempel is tegen een heuvel gebouwd en biedt een mooi uitzicht over Nara. De Kaidan-in, een onderdeel van het Todai-ji complex, is een houten inwijdingsgebouw uit de 8e eeuw dat driemaal is afgebrand. In het gebouw staan vier hemelwachters van klei. Buiten wordt een grindtuin aangelegd, monniken lopen met kruiwagens en emmers grind en leggen een golvend patroon aan.

Verderop ligt de Kasuga-Jinja, een groot vermiljoenkleurig gebouw met aan de zijkant een rij metalen lantaarns. Het gebouw is gewijd aan vier shintogoden.

We verlaten het complex en lopen naar de Yoshikien-tuinen; de 'vijvertuin', 'cedermos-tuin' en de 'theeceremonie bloementuin'. Hieraan grenzen de Isuien-tuinen, die in 1899 zijn aangelegd. Ook hier zijn verschillende soorten tuinen te zien.

Ondertussen is het erg warm geworden, zo'n dertig graden. We lopen naar het National Museum waar een tentoonstelling is over Boeddhistische kunst. Er staan mooie houten en bronzen beelden.

Het plan was om naar de Wakakusa-heuvel te lopen, vanwege het prachtige uitzicht over Nara. We kunnen de weg niet echt vinden; na een half uur klimmen tegen een steile heuvel en ons een weg banen door de bosjes, zien we maar een klein stukje van de stad.

Kyoto

Het Nijo-kasteel en de gouden tempel

We nemen voor het laatst de trein. Binnen een half uur zijn we in Kyoto. Onze minshuku zit in een smal straatje langs een riviertje.

Vanuit de minshuku gaan we naar de Ginkakuji Tempel, het zilveren paviljoen. Dat blijkt niet van zilver, maar een houten paviljoen in een mooie tuin, waar de zee en Mount Fuji in zand zijn uitgebeeld.

Via een straat met souvenirwinkeltjes en restaurantjes komen we bij een smal kanaal waarlangs het filosofenpad loopt, zo genoemd omdat een bekende Japanse filosoof die hier zijn ochtendwandelingetje maakte. Vandaag lijkt het of heel Kyoto er moet filosoferen. Het pad leidt naar de Honen-in tempel met het graf van de schrijver Tanizaki Junichiro.

Verderop is de Nanzen-ji, de belangrijkste zen-tempel. Ik kom niet verder dan de toegangspoort en ga daar lekker zitten. Eric heeft de tempels ook wel gezien.

Na een half uur lopen komen we bij de Heian-schrijn. Ach, nu we hier toch zijn, kunnen we het terrein wel oplopen. Ook hier een prachtig vermiljoenkleurig gebouw met een groot plein, volgens de boeken een replica van het eerste keizerlijke paleis.

Achter het complex moeten hele mooie tuinen met vijvers liggen, maar daar hebben we geen tijd voor. We worden opgepikt voor een excursie naar het Nijo-kasteel, een groot houten complex dat in 1603 is gebouwd in opdracht van de oprichter van het Tokugawa-shogunaat. Omdat de titel shogun niet erfelijk was en iedereen shogun kon worden, waren er nogal wat moordpartijen om één van de machtigste mannen van het land te worden. De houten vloer van het complex maakt een krakend lawaai als je er over loopt, waardoor het niet mogelijk was om de shogun onopgemerkt te benaderen en te vermoorden. Volgens kenners klinkt de vloer alsof er een nachtegaal zingt. Ik vind het er niet op lijken, maar het is ook geen onprettig geluid.

De zalen in het eerste gebouw hebben schitterende schuifdeurschilderingen en mooi houtsnijwerk. Deze ruimten waren bedoeld als ontvangstruimte waar geverifieerd werd wie er binnenkwam. Het complex bestaat uit vijf gebouwen die middels veranda's met elkaar zijn verbonden. Alleen de vloer van de eerste twee kraakt, ongezien bij het derde komen was onmogelijk.

In een van de zalen is met poppen uitgebeeld hoe de shogun de regering aan de keizer over droeg. De afstand tussen de shogun en de andere mensen was groot en achter een scherm zaten zijn veiligheidstroepen, zo was het niet mogelijk de shogun te vermoorden.

We rijden met de bus naar de Kinkaku-ji Tempel, het gouden paviljoen. Ook hier is het verschrikkelijk druk, maar de eerste blik op het paviljoen maakt alles goed; het staat bij een vijver, is echt van goud en spiegelt prachtig in het water.

Het gebouw was sinds 1220 eigendom van Kintsune Saionji maar werd in 1394 ingenomen door de derde shogun van Ashikaga. Na zijn dood werd het een zen-tempel. De eerste verdieping is in paleis-stijl gebouwd, de tweede in samoerai-stijl en de derde in zen-stijl. De bovenste verdieping is met bladgoud bekleed. In 1950 is het gebouw door een monnik in brand gestoken, zoals te lezen is in het boek 'Het Gouden Paviljoen' van Mishima Yukio.

Eindpunt van de excursie is het Kyoto Handicraft Center. Veel mooie souvenirs hier, maar ook veel rotzooi. Eric koopt een tempelbel om thuis in de boom te hangen. Zal me benieuwen wat de buren daar van vinden.

In Kyoto lopen we nog de Higashi-Honganji Tempel binnen. Eric is het helemaal beu en doet een tukje op de grond. Ook dit gebouw is diverse malen afgebrand. Bij de herbouw van het complex in 1895 moest een aantal zware balken omhoog gehesen worden. Alle vrouwelijke gelovigen leverden hun haar in en daarvan is een kabel gemaakt. De kabel ligt tentoongesteld.

Een steil straatje met aan beide zijden souvenirwinkeltjes en restaurantjes leidt naar de Kiyomizu-dera, de Helder Water Tempel. Ook dit gebouw is diverse malen in brand gestoken. We lopen door het complex en genieten van het uitzicht vanaf een houten steiger. Bij de Otowa-waterval staat een lange rij kinderen te wachten. Een slok van het water brengt weer allerlei geluk.

Bij de aanpalende Jishu-schrijn worden allerlei amuletten verkocht. Van het slagen voor een examen tot het verwekken of bevallen van een kind, voor alles is er een.

Bij de ingang van de Ryozen Kannon Tempel krijgen we twee staafjes wierook, we planten deze in het wierookvat. Bij de tempel staat een groot beeld van Kannon. De tempel is gebouwd ter nagedachtenis aan alle onbekende overleden soldaten van de Tweede Wereldoorlog. In een kapelletje staat een grote kast met laatjes met daarin kaarten met namen van overleden soldaten. Er is zelfs een kastje voor de Nederlandse soldaten.

Op het terrein van de Kodaiji Tempel staan een oud houten theehuisje en nog wat andere gebouwen. We lopen naar het Maruyama-park en gaan op een trap bij de Chion-In tempel zitten. We hebben zo'n 200 km gelopen en voorlopig hebben we wel genoeg tempels gezien. Morgen vliegen we naar huis. We hebben maar een klein stuk van Japan gezien maar het is een fascinerend land, waar we nog lang aan zullen denken.

Reizigers informeren reizigers
Hopelijk vind je dit reisverslag inspirerend en behulpzaam bij het voorbereiden van je vakantie. Alle reisverslagen op deze site zijn geschreven door reizigers zoals jij en ik. Draag een steentje bij en maak ook een verslag van jouw reizen. We mailen je graag wat tips & aanwijzingen voor het schrijven van een reisverslag voor Anders Reizen.
Anders Reizen Nieuwsbrief
Voortdurend worden nieuwe reisverslagen aan het reismagazine toegevoegd.
Blijf op de hoogte en abonneer je op de gratis Anders Reizen Nieuwsbrief
Djoser sawadee
Koning Aap Shoestring
Anders Reizen - Vakantie buiten de gebaande paden

Reisverslagen Japan | Vakantie Japan boeken