Kirgizië

Te voet door het Tian-Shan gebergte

Dat de Kirgiezen van oorsprong nomaden zijn is al snel duidelijk. 's Zomers trekken velen met hun kudden de bergen in en leven in yurts, aan de buitenkant grauwe tenten maar vanbinnen aangekleed met kleurige rieten matten en vilten kleden. Een wandeltocht door het ruige Tian-Shan gebergte, van het op 3200 meter hoogte gelegen, door witte toppen omringde meer Son-Kul door sneeuwvelden en beken over drie hoge passen afdalen naar Kara-Talaa aan het Issyk-Kul meer op 1600 meter hoogte.

Reisverslag: Adri de Koning
Foto's: Adri de Koning, Marjo Loosdregt, Jean-Marie Neirinck

We worden op het vliegveld Manas afgehaald door onze tolk, een vierdejaarsstudente Duits, en een chauffeur. Ze rijden ons naar een appartement in de hoofdstad Bishkek, waar een uitvoerig ontbijt voor ons klaar staat en waar we ons kunnen verfrissen.

Na het ontbijt gaan we met een minibusje naar Ak-Sai, aan het Issyk-Kul meer op 1600 meter hoogte, een tocht van ruim vier uur. Eerst door het dal van de Cuij die de grens vormt met Kazachstan. Dit is een vruchtbaar gebied met veel land- en tuinbouw.

Voor we het meer bereiken komen we langs een controlepost, hier begint het natuurreservaat waar het Issyk-Kul meer deel van uitmaakt. We rijden langs de zuidoever, een nog ongerept gebied met af en toe een dorpje temidden van een steppeachtig heuvelland.

Zo'n tien kilometer voorbij het dorp Ak-Sai, aan het eind van een kloof, ligt een yurtenkamp waar we enkele dagen blijven om bij te komen van de reis, te acclimatiseren en ons voor te bereiden op de verdere tocht.

Ak-Sai

Binnenin de grauwe tenten is het echter één en al kleur

Er zijn vier tenten, yurten genaamd, en een houten gebouwtje. Van buiten is een yurt niet zo fraai, een vaal witte, ronde vilten tent. De Kirgizische naam voor een yurt is Bozü, wat 'grauw huis' betekent.

Binnenin is het echter één en al kleur. De recht opstaande kanten zijn versierd met gekleurde rieten matten en kleden; handgeweven banden houden het geraamte bij elkaar. Op de grond liggen gekleurde vilten kleden. De yurten zijn bestemd voor eten en slapen, het sanitair en de keuken bevinden zich in het houten gebouwtje.

Het Issyk-Kul meer, 180 km lang en 40 km breed, ligt op honderd meter afstand en heeft prachtig helder water.

In de omgeving loopt een kleine kudde kamelen. Dit jaar zijn er drie jonge kameeltjes geboren. De moeder van één van deze drie kameeltjes is dood gegaan, het jong wordt nu door de staf van het yurtenkamp met de fles groot gebracht en laat zich graag aanhalen.

De omgeving is uitermate geschikt om vast wat in te lopen. Water heeft in de zandstenen heuvels diepe kloven uitgeslepen. Over deze heuvels loopt een pad naar Ak-Sai. Achter je uitzicht op het diepblauwe meer met aan de overzijde de besneeuwde toppen van de Ala Too bergketen die de grens met Kazakstan vormt, vóór je de vallei met het dorpje en daarachter opnieuw hoge bergen met besneeuwde toppen.

Ook een tocht door de kloof blijkt de moeite waard. In het vroege voorjaar stroomt hierdoor het smeltwater naar het meer. Het grootste deel van het jaar is de bedding droog en wordt hij als weg gebruikt. In de steile wanden hebben allerlei vogels hun nest gemaakt.

De begroeiing bestaat hoofdzakelijk uit grijze, vaak wat stekelige planten, af en toe onderbroken door een groene plek met struiken en bloemen.

We blijven twee dagen op deze schitterende plek. Alle haast en drukte valt van ons af, niets hoeft, alle tijd om de ruisende lichte branding van het meer op je te laten inwerken en te genieten van de steeds wisselende kleuren van water en lucht.

Op weg naar Son-Kul

Via haarspeldbochten naar boven over keien en grind

We vertrekken, opnieuw met een busje, naar Son-Kul, waar de eigenlijke voettocht gaat beginnen. Son-Kul, een groot meer, ligt in een kom op 3200 meter hoogte. Van hier zullen we over drie passen weer afdalen naar het Issyk-Kul meer.

Maar nu eerst nog de reis er heen. De weg die we nemen is de verbindingsroute met China. We rijden langs een groot stuwmeer met een merkwaardig groene kleur. Dit water is bestemd voor bevloeiing en dient tevens als buffervoorraad voor de watervoorziening van Bishkek. De streek is zeer dun bevolkt en de weg slingert zich tussen kale bergen door.

Zo nu en dan wordt er bij een karrenspoor aangegeven dat het de weg naar een verder gelegen dorpje is. Nu is het droog en vooral stoffig, maar in de winter en na een flinke regenbui kan het niet anders dan een glijbaan zijn.

We hebben al lang ontdekt dat de Kirgizische chauffeurs ware kunstenaars zijn: het lukt ze steeds weer om ongeschonden over de meest onmogelijke hobbels en door de diepste kuilen te komen.

Tegen lunchtijd stoppen we in Kotchkor, de grootste plaats van deze provincie. Het stadje maakt een levendige indruk. Het is druk op de bazaar. We doen wat inkopen, mijn man koopt voor € 0,40 vier ons pijptabak, die nog erg goed blijkt te zijn ook.

We nemen een kijkje in een winkel waar handwerken uit de streek te koop zijn. Het zijn vooral vilten kleden, in alle kleuren en maten, die hier volgens traditionele patronen gemaakt worden.

Kotchkor ligt op een vlakte; de akkers waar hoofdzakelijk aardappels verbouwd worden liggen even buiten de bebouwde kom. Er zijn veel fruitbomen die nog volop in bloei staan.

We vervolgen onze tocht en klimmen naar de Dolon pas op 2800 meter hoogte. Af en toe halen we een zeer langzaam voort kruipende Chinese vrachtwagen in, die op weg is naar de grens.

Het heeft hierboven de laatste tijd veel geregend en de sneeuw is nog niet helemaal gesmolten. De weg is een grote modderpoel.

Boven op de Dolon pas treffen we een vrachtauto aan, geladen met oud ijzer, die scheef in de modder hangt. Een aantal mannen is bezig om het ijzer af te laden. We zijn benieuwd of ze de auto hier ooit weg zullen krijgen.

Dan dalen we af naar het stroomgebied van de Naryn, de rivier van de gelijknamige provincie. Er zijn verschillende routes naar Son-Kul.

Bij de eerste afslag naar Son-Kul staat op een parkeerterrein een aantal keten van wegwerkers die nu als eethuis dienst doen. Hier kan je net gebakken vis uit het Son-Kul meer eten met vers gebakken brood en thee. Hoewel we al geluncht hebben, laten we ons de vis goed smaken.

We gaan weer verder en nemen de volgende afslag. De weg stijgt en voert door een schitterend berglandschap, af en toe een kleine nederzetting of een boerderij.

Het lijkt of we op een doodlopende weg zitten, want in de verte rijst een enorme bergrug op. Onze chauffeur vertelt dat we daar overheen gaan. Voor we aan de klim beginnen, stoppen we beneden bij een beek, de oevers blauw en geel van de vergeet-mij-nietjes en dotters.

Dan gaan we via een groot aantal haarspeldbochten naar boven over een weg van keien en grind. De bochten zijn zo scherp dat we de draai niet altijd in één keer halen. Ik ben blij als we boven zijn.

We stoppen en zien in de verte het Son-Kul meer, op 3200 meter hoogte gelegen en omgeven door bergen. Het yurtenkamp ligt aan de zuidoever, halverwege het meer, aan een beekje.

Son-Kul

Door de zuivere lucht is het moeilijk de afstand te schatten

Het kamp bestaat uit zes yurten, een houten gebouwtje om te douchen en een houten wc. In de beek ligt een kleine generator waarmee elektriciteit wordt opgewekt, zodat we 's avonds een lampje aan kunnen steken.

De zonnecollectoren op het dak van de douche maken dat we met lauwwarm water kunnen douchen.

In één van de yurten woont de familie die voor ons zorgt. Een andere tent is de eetyurt, daar vinden de gezamenlijke maaltijden plaats. We krijgen een eigen yurt toegewezen. De matrassen van schapenwol liggen op een houten plankier, net boven de grond. We slapen onder schapenwollen dekbedden met schone lakens en slopen.

Als we aankomen staat de zon aan een strakblauwe hemel, maar na een paar uur betrekt de lucht en wordt het op deze hoogte snel koud. Ik ben blij dat we thermo-ondergoed bij ons hebben. Ook de donzen slaapzak blijkt goede diensten te bewijzen.

In de yurt staat wel een potkacheltje, maar dat is nog niet aangesloten. We treffen hier nog enkele gasten. Zij hebben een ander programma, geen voettocht, maar trekken met een auto van yurtenkamp naar yurtenkamp.

We blijven twee dagen in Son-Kul. Er zijn paarden die we voor korte tochten in de omgeving kunnen gebruiken. Dit blijkt heel plezierig te zijn, want door de zuivere lucht is het moeilijk om de afstand goed in te schatten en door de grote hoogte is het lopen ook zwaarder en ben je sneller vermoeid dan beneden.

We merken dat het erg moeilijk is om met droge voeten aan het meer te komen. Al snel komen we in het moeras terecht. Zwemmen is hier dan ook niet mogelijk. Te paard is het echter geen probleem, de paarden lopen zonder problemen door beekjes en moeras heen.

We zien verschillende kuddes paarden met veulens. Om de twee uur mag een veulen even drinken bij de merrie om de melkproductie op gang te brengen en vervolgens wordt de merrie door de bazin verder gemolken.

Hier wordt de kumus, de gegiste merriemelk uit bereid. Kumus is een traktatie voor Kirgiezen; het is erg gezond, omdat het veel ijzer bevat. Het bloed maakt hierdoor veel rode bloedlichaampjes aan en kan veel zuurstof vervoeren. Vooral voor mensen die op grote hoogte leven, waar de lucht weinig zuurstof bevat, is dit belangrijk omdat het hoogteziekte voorkomt.

Voettocht

Overal moeten we binnenkomen, thee drinken en wat eten

Een week na aankomst in Kirgizië beginnen we aan onze voettocht. De bagage gaat mee op pakpaarden, zelf hebben we een klein rugzakje voor onderweg.

Behalve onze vaste tolk gaan er een gids en een jongen voor de paarden mee. We slapen onderweg in tentjes, niet in yurten. Ook het eten voor onderweg hebben we bij ons. We lopen over de paden waar eeuwenlang nomaden met hun kuddes over zijn getrokken.

Het is nog vroeg in het seizoen en hier en daar moeten we een sneeuwveld oversteken. Ook de beken zijn nog niet overal met droge voeten over te komen. Gelukkig hebben we dan de paarden die ons droog naar de overkant brengen.

Het terrein is niet al te moeilijk, drie dagen achtereen moeten we een pas over tussen de 3300 en 3500 meter, een hele klim. Eenmaal boven is het uitzicht iedere keer weer adembenemend. Het weer is niet zo stabiel. We hebben enkele dagen flinke buien gehad. Als je nat bent is zo'n klein tentje niet zo comfortabel en we denken met weemoed terug aan de grote ruime yurt.

Na vier dagen bereiken we de Dolon pas weer, waar we op de heenweg met de auto over gereden zijn. We steken de weg nu schuin over en beginnen aan de afdaling naar Tuura Suu. We doen hier ook nog eens vier dagen over. Nu komen we wat meer in de bewoonde wereld.

Onderweg ontmoeten we herders met hun kuddes en zien we gezinnen die gedurende de zomermaanden met hun vee en kinderen in een yurt in de bergen verblijven. Overal worden we uitgenodigd, moeten we binnenkomen, thee drinken en wat eten.

Met behulp van de tolk vertellen we wie we zijn en beantwoorden we de vele vragen. Telkens weer wordt geïnformeerd of we getrouwd zijn, hoeveel kinderen we hebben en of onze ouders nog leven.

Uit alles blijkt hoe belangrijk de familie is in dit land. Kinderen zijn je oudedagsvoorziening. We horen dat de jongste zoon de plicht heeft later zijn ouders te verzorgen. Hij gaat na zijn huwelijk bij zijn ouders inwonen, hij en zijn vrouw verzorgen zijn ouders tot hun dood en erven dan het huis van de ouders.

Tuura-Suu

's Avonds komen kinderen uit het dorp zingen en voordragen

Ruim een week na ons vertrek uit Son-Kul bereiken we het yurtenkamp bij Tuura-Suu. Opnieuw een groepje van zes tenten, een stenen toiletgebouwtje, een beek, maar door het geringe verval kan hier geen elektriciteit worden opgewekt. We gebruiken nu lampen op zonnecellen.

De manager van dit kamp is hoofd van de dorpsschool. Hij blijkt erg veel van de omgeving te weten en kan er zeer boeiend over vertellen. Op een tafeltje in de eetyurt liggen wat boeken en spelletjes voor algemeen gebruik. Er is onder andere een Duitse encyclopedie over bloemen, planten en vogels aanwezig.

's Avonds komen er kinderen uit het dorp zingen en voordragen. Er wordt van ons verwacht dat wij wat liedjes zingen in het Nederlands. Ineens blijkt dat onze liederenschat maar heel beperkt is.

De volgende dag gaan we met het schoolhoofd naar het dorp. Tuura-Suu is een dorp van herders. In de Sovjet-tijd moest iedereen een vast adres hebben en toen is dit dorp gesticht. Er wonen ongeveer vijfhonderd mensen, van wie honderdvijftig kinderen onder de zestien jaar. Nu zijn veel families met hun kuddes de bergen in en zijn er vooral ouderen in het dorp.

We nemen een kijkje in de school. Er is leerplicht voor kinderen van zes tot zestien jaar. In de Sovjet-tijd was het onderwijs gratis, nu moeten de ouders zelf voor de leerboeken zorgen. Voor veel ouders is dat een groot financieel probleem.

De school is gehuisvest in een oud laag gebouw. Een gebouw dat in Nederland nog als opslagplaats zou worden afgekeurd. Het wordt met zorg onderhouden, geverfd en gewit. Veel leermiddelen worden door de leerkrachten zelf gemaakt. In één van de lokalen is een soort museumpje ingericht. Hier worden de resultaten van de lessen tentoongesteld en kunnen kinderen hun 'schatten' uitstallen: mooie stenen, gedroogde bloemen of een stukje van een skelet .

Daarna brengen we een bezoek aan de dorpswinkel. Voor 10 som (4 eurocent) kopen we een schrift om onze ervaringen op te schrijven. In de winkel is weinig te koop. Wat flessen water, wat snoep, hard toiletpapier, sokken en laarzen, schrijfbenodigdheden en natuurlijk wodka. Omdat alle mensen een moestuin en vee hebben en zelf brood bakken, worden deze zaken niet in de winkel verkocht.

Issyk-Kul

Iedere maaltijd zijn er allerlei soorten vers gebakken brood

De volgende dag gaan we verder richting Issyk-Kul meer. We moeten nog 400 meter dalen. Het weer is nu veel stabieler, we zien onderweg meer boerderijen en meer mensen die te paard onderweg zijn. Het is duidelijk dat we de bewoonde wereld naderen.

De tweede dag bereiken we aan het eind van de ochtend het yurtenkamp van Kara-Talaa. Dit kamp ligt niet ver van de weg, achter een heuvel, en opnieuw met uitzicht op het blauwe Issyk-Kul meer.

We zijn blij dat we er zijn. Het laatste stuk was niet moeilijk, maar al met al is het toch een behoorlijk inspannende tocht geweest.

We luieren de rest van de dag, zwemmen in het nog koele water van het meer en genieten van de vele tjilpende vogels. 's Avonds volgt weer een heerlijke maaltijd met allerlei soorten vers gebakken brood, eigenlijk meer koeken. De maaltijden in de yurten zijn steeds iets bijzonders.

Bij iedere maaltijd een warm gerecht met vis of vlees, volop brood, veel zuivelproducten, alleen geen kaas, wel kwark, verschillende soorten yoghurt, ayran en boter, zelf gemaakte jam, salade van verse groenten en eindeloze hoeveelheden thee.

Tijdens en na de maaltijden vertellen de tolken ons verhalen over hun leven, over het leven van Manas, de grote held uit het gelijknamige epos over 1000 jaar Kirgizische geschiedenis, over de gebruiken rond huwelijk en geboorte, over hun eigen toekomstplannen en willen ze alles weten over ons leven in Nederland.

Hoewel er in sommige yurtenkampen elektriciteit is, is het na het eten toch te donker om veel te lezen of te schrijven. We blijven vaak lang zitten praten of doen spelletjes.

Kaarten en yahtzee zijn spellen waarbij de taalbarrière weg valt, zodat alle aanwezigen in het kamp kunnen meedoen.

De volgende ochtend komt de minibus ons ophalen en rijden we terug naar Bishkek.

's Middags gaan we nog naar de Osh-Bazaar. Een zeer kleurrijk geheel, waar letterlijk alles te koop is. Met hulp van onze tolk kopen we wat cadeautjes voor thuis, onder andere rozijnen en pistachenootjes.

De laatste avond is er een afscheidsetentje in een goed restaurant in Bishkek. Na nog een paar uur slaap in het appartement in Bishkek worden we om twee uur 's nachts gewekt. Onze tolk brengt ons naar het vliegveld, helpt ons bij het inchecken en zwaait ons uit.

Reizigers informeren reizigers
Hopelijk vind je dit reisverslag inspirerend en behulpzaam bij het voorbereiden van je vakantie. Alle reisverslagen op deze site zijn geschreven door reizigers zoals jij en ik. Draag een steentje bij en maak ook een verslag van jouw reizen. We mailen je graag wat tips & aanwijzingen voor het schrijven van een reisverslag voor Anders Reizen.
Anders Reizen Nieuwsbrief
Voortdurend worden nieuwe reisverslagen aan het reismagazine toegevoegd.
Blijf op de hoogte en abonneer je op de gratis Anders Reizen Nieuwsbrief
Koning Aap Shoestring
SNP natuur- en cultuurreizen
Anders Reizen - Vakantie buiten de gebaande paden

Reisverslagen Kirgizië | Reisverslagen wandelvakantie | Vakantie Kirgizië boeken