Merida, Venezuela

Een strategische uitvalsbasis in de Andes

Merida ligt op een strategische plaats in een smal dal hoog in de Andes. Je kunt tochten maken in de omringende bergen met meer dan 5000 meter hoge pieken, door de Nationale Parken met bergbossen en watervallen en naar Los Llanos. Merida is bovendien een studentenstad met gezellige parken.

Reisverslag en foto's: Rogier Wils

De temperatuur in het vliegtuig van Avensa is rond het vriespunt, dus we zitten te verrekken van de kou. In Carácas, waar we overstapten op een binnenlandse vlucht naar Merida, was het lekker weer en verdwenen de truien onder in de rugzak. Ons wordt verteld dat de piloten van Avensa een speciale training krijgen om op Merida te mogen vliegen. Het landen op de te korte landingsbaan midden in de stad, in een smal dal op 1625 meter met vlak daarnaast Andes-pieken van meer dan 5000 meter, vraagt wat extra kunst- en vliegwerk.

Volgens de reisgids is Merida het culturele centrum van de Andes. De in grootte tweede Universiteit van Venezuela is hier gevestigd, waardoor er veel jonge mensen wonen. Merida is een perfecte uitvalsbasis voor voettochten in een van de nationale parken, zoals het Guayabal National Park met bergbossen en watervallen, en voor tochten per auto in de omringende Andesbergen, waaronder de 4765 meter hoge Pico Espejo. Ook erg populair zijn meerdaagse tochten naar Los LLanos, waar je met wat geluk anaconda's, krokodillen, rivierdolfijnen en apen kunt zien.

Doordat nagenoeg alle facetten van Venezuela binnen een dag bereikbaar zijn is Merida en haar omgeving razend populair bij de Venezolanen. Venezuela is nog amper ontdekt door de westerse toerist.

Omdat het voornamelijk toeristen uit Zuid Amerika zelf zijn die naar Merida komen zijn de authentieke Zuid-Amerikaanse bezienswaardigheden nog niet door het toerisme verpest, wat bijvoorbeeld in Peru vaak wel het geval is.

Bij een klein reisbureautje in de aankomsthal van Merida Airport regelen we een posada. Posada's zijn kleine, meestal door families gerunde hotelletjes. Een beetje zoals de bed & breakfasts in Engeland maar dan zonder breakfast. We kiezen voor een iets duurdere kamer met een eigen douche en wc, dat kost nog steeds niet meer dan ƒ 30,- per nacht.

Het is een heel schoon en gezellig ding midden in het centrum van de stad, vlakbij de beroemde kabelbaan van Merida; de langste en hoogste ter wereld.

We worden hartelijk ontvangen door Elvis, de zoon des huizes, die eigenlijk geen tijd voor ons heeft omdat hij te druk is met het voeden van de baby.

We wandelen naar het Parque de las Heroina', een gezellig pleintje met fonteinen aan de voet van de kabelbaan. Op het plein bruist het van het leven. Spelende kinderen, vrijende paartjes (sinds kort weer toegestaan in Venezuela) en allerlei mensen die van alles te koop aanbieden. Uit de diverse restaurants kiezen we er een waar we een lekkere pizza eten. We schrikken een beetje van de prijs, omgerekend eten en drinken we met zo'n tweeën voor 7 euro. En dat terwijl ons verteld was dat het relatief duur zou zijn in Venezuela.

De Teleferico

In vier etappes van 1600 meter naar 4765 meter

's Morgens vroeg uit de veren. Het is mooi weer dus een goede dag om met de kabelbaan naar boven te gaan. De Teleferico is in 1958 door Fransen aangelegd en gaat in vier etappes van 1600 meter naar 4765 meter.

Het totale traject is zo'n 13 kilometer lang. Via de stations Montana, Aguada en Loma Redonda gaan we naar de Pico Espejo. Onderweg kijken we onze ogen uit. Het is boven op de Pico Espejo ijzig koud, dus snel trekken we onze jassen en truien aan. Kevin, mijn vijfjarige zoontje, heeft last van de hoogte en zit niet lekker in zijn vel, dus pakken we de eerste mogelijkheid weer naar beneden.

Om een uur of een 's middags staan we weer beneden. Vanuit de kabelbaan hebben we in het dal een wilde rivier gezien, na het eten wandelen we via het pad naast de Teleferico naar de Rio Chama.

Het is een behoorlijke afdaling via een steil pad. We gaan lekker de hele middag stenen gooien en kijken naar jongens die op trucha vissen.

De klim terug naar boven loopt Kevin bijna helemaal zelf. Het laatste stuk draag ik hem op mijn nek, wat een behoorlijke inspanning is. Zeiknat van het zweet komen we boven. We lopen nog even door naar de Plaza Bolivar.

Tijdens het eten wordt ons diverse malen door bedelaars om geld gevraagd. Als ik een oud vrouwtje een paar briefjes toestop kijkt ze een beetje minzaam. Na even omrekenen kom ik erachter dat die paar briefjes nog niet eens een kwartje waard waren. Het begint te regenen en Kevin, moe van alle indrukken en inspanningen, wil alleen maar slapen.

Geen mooie stad

Kenmerkend zijn de gezellige parken

Vandaag hebben we geen plannen. American breakfast in een Cafetin (koffieshop) met een heerlijke fruit-shake. Overal in Merida worden deze heerlijke batidos en merengadas verkocht. Na het ontbijt gaan we naar het Parque de las Heroinas, waar Kevin hutten bouwt van palmbladeren en pappa geniet van al het schoons dat er te zien is.

Merida heeft, zoals bijna alle steden in Zuid Amerika, een Spaans-koloniaal karakter. Het heeft een rijke historie, waar de bewoners trots op zijn en graag wat over vertellen. Bijvoorbeeld dat Merida in 1558 illegaal is gesticht door kapitein Juan Rodriguez Suarez, die daarvoor meteen in de gevangenis werd gesmeten.

Merida kun je niet lelijk maar ook geen mooie stad noemen. Het is er altijd druk, stinkende (maar wel mooie) oude auto's verstoppen de smalle straten. Er is nog een aantal koloniale gebouwen maar kenmerkend zijn de talloze gezellige parken, waar het altijd een drukte van belang is.

We gaan even shoppen bij een van de vele kleine reisbureautjes. Ze hebben een breed aanbod van meerdaagse wandel- en fietstochten door de Andes of het nabijgelegen Los Llanos. Helaas hebben we geen tijd voor een tocht naar Los Llanos, dus bespreken we een gids en jeep voor een tocht door het hooggebergte naar het zwarte meer Laguna Negra. We eten in een van de vele gezellige restaurants en vermaken ons de rest van de dag en avond in het Parque de las Heroinas.

Langs Andesdorpjes

Genieten van het ene vergezicht na het andere

Om 08.00 uur vertrekken we met onze gids Diego in een grote oude Toyota Landcruiser via de Andesdorpjes Tabay, Los Aleros en Muchuchies naar het meer van Mucubaij.

Het wordt een geweldige dag waarbij we genieten van het ene vergezicht na het andere. Onze gids doet zijn best om ons in gebrekkig maar verstaanbaar Engels zoveel mogelijk informatie te geven.

We stoppen bij een plaats waar veel Condors worden gezien maar helaas moeten we het vandaag doen met een exemplaar in een kooi en een korte videoband over deze indrukwekkende vogel.

De wolken zakken en het begint te regenen. Als het bij het meer van Mucubaji nog steeds regent besluiten we de wandeltocht naar Laguna Negra af te blazen. Volgens Diego is het vergelijkbaar met het meer van Mucubaji en zittend in de warme droge jeep geloven we hem maar al te graag.

We rijden op 4118 meter hoogte verder over de hoogstgelegen verharde weg in Zuid Amerika, waar we stoppen bij Pico Aguila. Op een mooie dag zouden we het meer van Maracaibo moeten kunnen zien maar vandaag zien we alleen maar mist.

Op de weg terug stoppen we bij een van de vele picknick/barbecue-plaatsen langs de weg, waar we door Diego meegebracht brood en fruit eten. Naarmate we verder afdalen klaart het weer op. Omdat we door de gecancelde wandeling nog wat tijd over hebben krijgen we van Diego nog een citytour door Merida. Hij is duidelijk trots op zijn stad. We rijden over het uitgestrekte terrein van de Universidad los Andes en hij laat ons het gebouw zien van de Mountain Resque, waar hij ook werkzaam is. Kevin is al in slaap gevallen op de achterbank als we voor onze posada worden afgezet.

Voordat we een hapje gaan eten lopen we nog even het reisbureautje tegenover onze posada binnen om iets voor morgen af te spreken.

We willen de andere kant op, naar het tropische gedeelte. Fernando, die vloeiend Engels en zelfs een paar woorden Nederlands spreek, weet ons ervan te overtuigen dat we dan met hem mee moeten, dus dat is snel geregeld.

Het tropische deel

Door bergbossen, langs watervallen en riviertjes

Om 08.00 uur staan we geknipt en geschoren klaar voor de trip. Kevin in jungletenue, compleet met 'bush-hat'. Als ze horen waar zijn moeder vandaan komt wordt hij meteen de kleine 'Ho Chi Minh' genoemd.

Met z'n vieren - Chuy (de chauffeur), Fernando (de gids), Kevin en ik - vertrekken we richting het koloniale dorpje Jaji. Onderweg wordt diverse malen gestopt voor korte wandelingen en krijgen we uitleg over de planten die we zien. Fernando zorgt dat ook Kevin aan zijn trekken komt. Ook al kunnen ze elkaar niet verstaan, ze lijken mekaar perfect te begrijpen.

We rijden door tropische bergbossen, langs watervallen en door kleine riviertjes via San Juan naar Lagunillas, waar we even wat eten. We rijden langs een meer als Chuy plotseling stopt.

Langs de weg is een oude man een speciaal soort zout, dat in de bodem van dit meer zit, uit de modder aan het halen. Dit zout wordt gebruikt om 'chimo', een soort tabak, te maken. Vroeger werd dat door de Mucujun-indianen gebruikt om de honger en dorst te verdrijven. De lokale bevolking gebruikt het nog steeds.

We rijden verder, onderweg passeren we militaire check-points die controleren op smokkelwaar uit Colombia. Via Estanques rijden we naar Santa Cruz de Morra. In dit gebied groeien veel koffieplanten en bananenbomen.

Bij een fabriekje met een zwarte rook uitblazende schoorsteen stoppen we weer. Het blijkt een rietsuikerfabriek. Fernando vraagt of we even rond mogen kijken. Op het moment dat ik foto's maak begint iedereen opeens twee keer zo hard te werken, dus de voorman vindt het wel best.

Het suikerriet gaat door een pers, waarna het sap via een buis naar een aantal grote bakken stroomt. Deze bakken worden verwarmd door een oven, die wordt gestookt met suikerriet dat reeds eerder is uitgeperst en daarna gedroogd.

Het eindproduct zijn bruine blokken rietsuiker.

In Santa Cruz de la Morra wordt gestopt om 'canela' te kopen, een lokaal alcoholisch drankje. We rijden door naar Guayabal National Park. Hier maken Kevin en ik een wandeling naar een hogerop gelegen waterval. Als we terug komen staan Chuy en Fernando met stenen naar een avocadoboom te gooien. We gooien lekker mee en het lukt ons om een paar mooie naar beneden te krijgen. Kevin is geobsedeerd door een bijna vijftien centimeter grote helblauwe vlinder die om ons heen fladdert.

Het wordt al laat, dus we gaan weer richting Merida. Onderweg wordt wat gesmiespeld met werklui langs de weg. Ze willen me nog een ander illegaal gestookt lokaal drankje laten uitproberen maar de mensen zijn bang en durven niet te vertellen waar het verkocht wordt.

Terug in Santa Cruz de Morra lukt het toch om in een achterafstraatje een flesje op de kop te tikken. De 'miche', zo heet het, smaakt naar anijs en is een behoorlijk sterk drankje. De tranen springen in mijn ogen. Chauffeur Chuy vind het zo te zien ook een lekker drankje, en hij had toch al zoveel moeite met de bochten.

Eerder op de dag vertelde Fernando dat de kleine kabouterhuisjes met bloemen en kaarsen die langs de weg staan (en dit zijn er honderden) plaatsen markeren waar mensen zijn verongelukt.

Ik vraag Chuy of er straks ook zo'n huisje voor ons langs de weg komt te staan. Gelukkig gaat alles goed en komen we, na diverse militaire check-points te zijn gepasseerd, weer veilig terug in Merida. We hebben een geweldige dag achter de rug, al heb ik wel een stuk in mijn kont van de 'canela' en de 'miche'. Beter ik dan de chauffeur.

Na het eten zitten we nog tot een uur of negen op 'ons' speelplein, de Plaza de Las Heroinas. Kevin speelt met lokale kinderen, waarvan we veel te dure koekjes kopen om ze die samen met hen op te eten. Daarna duiken we uitgeput in bed.

Overdekte markt

Het ruikt heerlijk naar kruiden en vers fruit

Vanmiddag vertrekken we weer, dus douchen, opruimen en ontbijten bij een cafetin. Het is prachtig weer, we wandelen nog wat door de stad en laten ons met een taxi naar een grote overdekte markt brengen.

Er is echt van alles te koop en het ruikt heerlijk naar kruiden en vers fruit. We kopen een hangmat, T-shirts en nog wat andere souvenirs. 's Middags is het even spannend of we wel weg kunnen. De bewolking hangt heel laag en misschien moet het vliegtuig wel uitwijken naar een ander vliegveld.

Gelukkig komt ons vliegtuig precies op tijd uit de wolken vallen. Het vertrek is weer een avontuur apart. We taxiën tot het uiterste eind van de baan, waar al tijdens het warmdraaien de motoren enorm beginnen te brullen. Alles in het vliegtuig trilt, links en rechts slaan passagiers een kruisje. Plotseling schieten we als een katapult weg. Kevin wijst naar een wapperend stukje metaal op de vleugel. Ik vertel hem dat alle Venezolaanse vliegtuigen dat hebben.

Reizigers informeren reizigers
Hopelijk vind je dit reisverslag inspirerend en behulpzaam bij het voorbereiden van je vakantie. Alle reisverslagen op deze site zijn geschreven door reizigers zoals jij en ik. Draag een steentje bij en maak ook een verslag van jouw reizen. We mailen je graag wat tips & aanwijzingen voor het schrijven van een reisverslag voor Anders Reizen.
Anders Reizen Nieuwsbrief
Voortdurend worden nieuwe reisverslagen aan het reismagazine toegevoegd.
Blijf op de hoogte en abonneer je op de gratis Anders Reizen Nieuwsbrief
sawadee Shoestring
Anders Reizen - Vakantie buiten de gebaande paden

Reisverslagen Venezuela | Vakantie Venezuela boeken